‘Dat ik die fantastische job moest loslaten is de rauwe kant van kanker’
Foto: Wouter Van Vooren

Sandra De Preter (54) was CEO van de VRT toen ze plots getroffen werd door een zware hersenbloeding als gevolg van een tumor. ‘Sorry, er zijn geen positieve kanten aan kanker. Behalve dat het een leerzame levensles is.’

Op de website allesoverkanker.be doet De Preter haar verhaal over haar kankerdiagnose en behandeling. Ze vertelt er hoe ze druk aan het werk was en nog enkele dossiers mee naar huis nam terwijl ze hoofdpijn had.

‘In de late namiddag steekt de hoofdpijn weer de kop op. Ik vraag enkele collega’s om mijn “bak” met dossiers naar mijn auto te brengen. Er is nog werk aan de winkel tijdens het weekend. Ik moet er erg slecht uit zien. Mijn collega’s vinden dat ik niet zelf naar huis mag rijden en bellen een taxi. Thuis kruip ik in bed. Enkele weken later word ik wakker in het ziekenhuis’, schrijft De Preter.

Tumor

‘Als ik wakker word, vraagt men hoe ik heet. Die vraag kan ik beantwoorden, maar mijn neus vastnemen lukt me niet. Een dokter legt uit dat ik een zeer zware hersenbloeding heb gehad.’

Aanvankelijk is De Preter euforisch omdat ze het gevoel heeft dat ze door het oog van de naald is gekropen na een coma én een hersenbloeding, maar dat het met twee maanden revalidatie allemaal wel weer over zal gaan. Tot de artsen haar vertellen dat haar hersenbloeding veroorzaakt is door een tumor en ze moet beslissen of ze een risicovolle operatie wil ondergaan en daarna bestraling en chemotherapie wil krijgen.

Rauw en meedogenloos

‘Het is een mokerslag, mijn ziekenhuisbed zakt onder me weg. Dit kan niet. Zeg dat het niet waar is. Het is examenperiode en de jongens zitten alleen thuis. Mijn man moet naar huis, hen te eten geven, ook zij hebben steun nodig na de traumatische afgelopen weken.’

De Preter beslist om zich te laten opereren en begint aan de ‘moeilijkste managementopdracht ooit’ thuis terwijl op de VRT ook oplossingen moeten worden gezocht voor haar afwezigheid. ‘CEO zijn van de VRT is een fantastische job. Dat ik dit na drie jaar in functie, en na een carrière van 25 jaar moet loslaten is die andere rauwe, meedogenloze kant van kanker. Niet alleen je gezondheid wordt aangevallen, ook je identiteit en wat je opgebouwd hebt.’