‘Vergrijzing remt groei niet’
Een Kuka-robot schenkt een glas bier in. Foto: blg

De robot hoeft onze vijand niet te zijn. Uit nieuw onderzoek blijkt dat vergrijzende landen net sneller groeien omdat ze eerder robots inzetten.

De Belgische bevolking wordt elk jaar een beetje grijzer, en hoopgevend is dat niet voor de economische groei. Een steeds kleinere groep mensen moet immers voor meer mensen produceren. Die evolutie is niet min: vandaag zijn er per 67-plusser vier mensen tussen de 18 en 66 jaar. In 2060 zijn dat er volgens het Planbureau nog maar 2,5.

Om de negatieve effecten van die demografische evolutie tegen te gaan, zijn er volgens Freddy Heylen, professor macro-economie aan de UGent, twee opties: de werkende bevolking klopt meer uren of de werkende bevolking wordt productiever.

Dat eerste zal gebeuren, voorspelt Heylen in een nieuw onderzoek dat hij deed met Willem Devriendt. Het aantal gewerkte uren per Belg zal nog met enkele procenten stijgen. Maar dat zal niet volstaan. Devriendt en Heylen voorspellen dat de vergrijzing de Belgische economie de komende 25 jaar gemiddeld 0,4 procent groei per inwoner zal kosten.

Automatiseer

De UGent-onderzoekers houden geen rekening met de effecten van de vergrijzing op innovatie en technologie. Devriendt en Heylen houden in hun onderzoek ook rekening met de effecten van vergrijzing op spaargedrag, en op investeringen in vast en in menselijk kapitaal (scholing), die  van groot belang zijn voor de evolutie van de arbeidsproductiviteit. En net die kunnen erg belangrijk zijn, zeggen de economen Daron Acemoglu en Pascual Restrepo in nieuw onderzoek. Zij stellen vast dat snel vergrijzende landen er als de kippen bij zijn om industriële robots te omarmen. Dat komt volgens hen omdat de vergrijzing schaarste creëert op de arbeidsmarkt, wat bedrijven aanzet om meer te investeren in automatisering.

Heylen is niet verrast door die bevinding. ‘Ook wij stelden in eerder onderzoek vast dat hogere loonkosten voor technologische vernieuwing zorgen.’

Acemoglu en Restrepo onderzochten de impact van vergrijzing tussen 1990 en 2015 in 169 landen. Daaruit blijkt dat vergrijzende landen niet trager, maar juist sneller groeien. Wat dus zou betekenen dat de door de vergrijzing in gang gezette automatisering de negatieve effecten van de vergrijzing compenseert.

Dat strookt niet met de zogenaamde theorie van ‘secular stagnation’. Alvin Hansen opperde in 1939 dat de vergrijzing een belangrijke oorzaak is van lage groei. Die theorie werd, door de lage groei wereldwijd, de laatste jaren opnieuw populair.

Daarmee is de discussie over het economisch effect van de vergrijzing zeker niet afgesloten. Onderzoekers van het IMF vonden eind vorig jaar immers precies het tegenovergestelde effect.

Zij stelden vast dat door de vergrijzing niet alleen de hele bevolking ouder wordt, maar ook de werkende bevolking. Werknemers worden productiever als ze ouder worden, maar dat stopt tussen hun veertigste en vijftigste. Een dalend aantal jonge werknemers ondermijnt ook de innovatiekracht.

En dat weegt op de arbeidsproductiviteit, wat uiteindelijk de groei doet dalen. Dat negatief effect stellen de IMF-onderzoekers voor de Europese landen vast. Ze voorspellen dat de vergrijzing de productiviteit elk jaar met 0,2 zal doen dalen, tot 2035. Vooral in de zuiderse Europese landen – Griekenland, Spanje, Portugal en Italië – zal de impact groot zijn.

De twee studies spreken elkaar dus tegen. ‘Op basis van het huidige onderzoek kan je dus geen besluiten trekken’, zegt Heylen. ‘Maar Acemoglu stipt wel een interessante piste aan die zeker verder moet onderzocht worden.’

Beleid

De effecten van de vergrijzing hangen overigens sterk af van het beleid. En daar heeft België nog wel wat mogelijkheden om de negatieve effecten van de vergrijzing te counteren, stelt Heylen. ‘We hebben enorme mogelijkheden om mensen meer te laten werken.’

Er zijn immers belangrijke groepen, zoals ouderen en laaggeschoolden, waar de werkzaamheidsgraad erg laag ligt. En om de productiviteit op te krikken, kan er ook meer geïnvesteerd worden in onderzoek en ontwikkeling. ‘Ook daar liggen we behoorlijk achter op de best presterende landen’, aldus Heylen.