Bij een aanslag met een autobom op bussen waarin geëvacueerden zaten uit belegerde gebieden in het noorden van Syrië zijn zaterdag zeker 112 dodelijke slachtoffers gevallen. Tientallen zijn gewond. Het konvooi maakte deel uit van een ruildeal tussen rebellen en het Assad-regime.

Dat meldt het Syrisch Observatorium voor de Mensenrechten, een Britse waarnemersorganisatie die aanleunt bij de Syrische oppositie. De aanslag vond plaats in het westelijke deel van Aleppo, waar de bussen wachtten om door te reizen.

Onduidelijk is nog wie voor de explosie verantwoordelijk is. Staatsnieuwsagentschap Sana sprak van een aanslag door 'terroristen', een benaming waarmee het doorgaans alle oppositiekrachten aanduidt. Activisten uit de oppositie beschuldigden daarentegen regeringsaanhangers.

Op beelden zijn uitgebrande bussen en auto's te zien. Lijken liggen op straat, terwijl hulpverleners het vuur proberen te blussen.

De bussen brachten vrijdagmorgen ongeveer 5.000 geëvacueerden uit de door rebellen belegerde plaatsen Foua en Kefraja.
De bussen stonden in de buurt van Aleppo stil, vanwege onenigheid over de deal tussen regeringsaanhangers en rebellen over de evacuatie van burgers en strijders uit in totaal vier belegerde plaatsen. Activisten zeggen dat het aan al-Qaida gelieerde Tahrir al-Sham de regeringsaanhangers ervan beschuldigde het akkoord niet na te leven.

Ruildeal onder vuur

De twee strijdende partijen hadden een deal gesloten op initiatief van Iran en Qatar. Tegenstanders van het Syrische regime, vooral soennieten, zouden vanuit de buurt van Damascus overgebracht worden naar Idlib, de provincie in het noordwesten van Syrië die onder controle staat van islamistische strijders.

In ruil zouden regeringsaanhangers uit twee door de rebellen gecontroleerde noordelijke plaatsen in de buurt van Libanon verplaatst worden naar gebieden onder controle van het Assad-regime. Het gaat voornamelijk om sjiieten.

Het plan ging vrijdag in, toen bussen vol regeringsaanhangers vertrokken vanuit Madaya en al-Zabadani, twee plaatsen die sinds 2015 belegerd worden door het Syrische leger en zijn bondgenoten. Een ander konvooi met aanhangers van de oppositie verliet Foua en Kefraya, twee dorpen in het noordwesten.

De bussen vertrokken vrijdagmorgen uit de vier plaatsen en bereikten 's nachts twee busstations in het westen van Aleppo, waar ze sindsdien moesten wachten. Tijdens het oponthoud ging een autobom af in de buurt van het konvooi met regeringsaanhangers. Zaterdagavond kwam het nieuws dat ze uiteindelijk mochten doorreizen naar hun eindbestemming.