Kendrick Lamar mikt op herrijzenis
’Damn’: dat was ook onze reactie op het nieuwe album van Kendrick Lamar.

De nieuwe plaat van Kendrick Lamar is gearriveerd, en dat maakt er een bijzonder Goede Vrijdag van. Wij beluisterden de 14 songs van ‘Damn’ voor u.

BLOOD. Vorige worpen Good kid, ma.a.d city (2012) en To pimp a butterfly (2015) leverden Kendrick Lamar (29) tonnen lof op voor teksten die bol stonden van verhalende symboliek. Hier gaat hij verder op dat elan: tegen aanzwellende, filmische violen wordt hij neergeschoten door een blinde, oude vrouw. Niets is wat het lijkt, is de toon op Damn.

DNA. Maar vergis u niet: Kendrick is nog steeds springlevend. Tekstueel en muzikaal mikt hij zelfs op hergeboorte: hij strooit kwistig met verwijzingen naar Jezus Christus, en opteert voor een moddervette beat. Daarmee keert hij de complexe jazz van het gelauwerde To pimp a butterfly de rug toe, maar met zo’n overdonderende knaller als resultaat gaat niemand daarover klagen.

YAH. Het tempo wordt teruggeschroefd, en voor de derde song op rij haalt Lamar uit naar een Fox News-item over zijn song ‘Alright’ (2015 - zie video). Die groeide uit tot een Black Lives Matter-anthem met zijn ‘We gon’ be alright’-refrein, maar werd door de conservatieve nieuwszender uitgespuwd wegens de tekstflard ‘we hate po-po’ – de flikken dus. ‘I’m not a politician, I’m not ‘bout a religion’, bijt Lamar terug.

ELEMENT. Lamar lijkt Drake te persifleren in een flemend, zoetsappig refrein. Het is een subtiel snerend nummer dat aangeeft welk belang hiphop voor Lamar heeft, en hoe zonde hij het vindt dat zijn tijdsgenoten er met hun snapback-pet naar lijken te gooien.

FEEL. Doorheen Damn kiest Lamar voor contrasten: in ‘Element’ pochte hij nog over hoe dominant zijn rap-status is, hier beklaagt hij het isolement dat daarmee gepaard gaat. ‘I’m feeling the void of being employed with ballin’’ – het sentiment van veel artiesten met een wereldtoer achter de rug.

LOYALTY. Voor het eerst bundelen Rihanna en Lamar de krachten, en het lijkt alsof twee gelijkgestemde zielen eindelijk ontmoeten. De vibe zou begin jaren 2000 niet misstaan hebben op de radio, nu zal de song het van streamingsites moeten hebben – Damn staat zowel op Apple Music als op Spotify.

PRIDE. Lamar blijft de hoofdzonden en de deugden verder uitspitten, met een psychedelisch refrein dat op verwarring lijkt te duiden.

HUMBLE. Zowel muzikaal als tekstueel de antithese van ‘Pride’: een speelse beat met een hamerende pianoriff, een fikse uppercut in de teksten. ‘Hold up lil’ bitch, sit down, be humble’: Lamar richt het zowel aan zijn collega’s als aan zichzelf.

LUST. De Canadese jazzgoeroes Badbadnotgood voorzien een toepasselijk zwoele gitaar, en Lamar mijmert over, wel ja, lust. Naar seks, naar succes en erkenning, naar een verandering in de Amerikaanse politiek. ‘We all woke up, tryna tune to the daily news, hoping election wasn’t true’, klinkt het – maar ook die lust verzandt in moeilijk breekbare routine.

LOVE. Misschien wel Lamars meest atypische nummer tot dusver: geen pogingen tot tekstuele cleverness, geen muziek volgestouwd met culturele verwijzingen, gewoon simpele liefdesverzen. Moeten er nog tegenstellingen zijn?

XXX. Als u zich ooit afvroeg hoe een samenwerking tussen Kendrick Lamar en U2 zou klinken, moet u zich hierheen haasten – Bono bewijst dat zijn stem net als die van Chris Martin uitstekend past in een hiphoprefrein, maar draagt verder weinig bij. Dat doet Lamar des te meer: ‘XXX’ behandelt het onderdrukken van een verzengend verlangen naar wraak, en druipt van het nihilisme.

FEAR. Als Adele drie platen (19, 21 en 25) nodig heeft om op te groeien, doet Kendrick Lamar dat in één nummer. Op drie leeftijden schetst hij zijn – hoe raadt u het – angsten. Over zijn vorige twee platen worden in de VS universiteitscolleges gegeven, en ook voor Damn mag u uw notitieblok boven halen.

GOD. Een nummer dat drijft op luxueuze productie – het lijkt haast alsof het zelfverklaarde opperwezen Kanye West zich ermee gemoeid heeft. Maar zo dicht bij het einde van de plaat blijft het niet bepaald plakken.

DUCKWORTH. Dat Kendrick Lamar Duckworth zijn eigen achternaam vlak op ‘God’ laat volgen, is veelzeggend – hij stelt ze niet gelijk, maar schetst alweer een contrast. Het verhaal dat erin verteld wordt (hoe zijn vader ooit bijna neergeschoten werd door Kendricks toekomstige platenbaas) is zo fascinerend dat het je haast ontgaat hoe klassevol de productie is.

DAMN. Op zijn vierde album zegt Kendrick Lamar vaarwel aan de freejazz die van To pimp a butterfly zo’n cultureel eikpunt maakte, en keert hij terug naar de hardere West Coast-beats van Good kid, m.a.a.d city. Waarover geen klachten, want ook dat was een parel. Damn voelt vooral als een bevestiging van het goede, maar ontbeert de mijlpaalfactor: het lijkt alsof de rapper deze plaat vooral zélf nodig had, om de gebeurtenissen van de voorbije jaren te verwerken. Al hopen fans en samenzweringstheoretici op meer: er doen geruchten de ronde dat op Paaszondag een tweede, aanvullend album zou volgen. Want wie op Goede Vrijdag het loodje legt – getuige de geweerschoten aan het begin en einde van het album – moet drie dagen later toch herrijzen?