Het migrantenkamp van Grand-Synhte, in de buurt van het Noord-Franse Duinkerke, is door de hevige brand van maandagavond gereduceerd tot ‘een hoop as’ en zal niet meer kunnen heropgebouwd worden. Dat hebben de plaatselijke autoriteiten gemeld, na een evaluatie van de schade. De Belgische hulporganisatie vzw Humain pleit voor een humane opvang voor de vluchtelingen.

De brand zou uitgebroken zijn na een vechtpartij tussen Afghanen en Koerden, waarbij in de namiddag al zes mensen gewond raakten door messteken. Volgens verschillende getuigen was die vechtpartij het gevolg van het groeiende aantal Afghanen in het kamp na de ontmanteling van de ‘Jungle’ van Calais. De Afghanen zouden niet gelukkig zijn geweest dat ze moesten verblijven in de gezamenlijke keukens, terwijl de Koerden sliepen in de driehonderd beschikbare houten chalets.

Volgens de autoriteiten van Grande-Synthe werd er hoogstwaarschijnlijk op verschillende plaatsen in het kamp brand gesticht.

De sfeer in het kamp bleef de hele nacht gespannen. De veiligheidsdiensten die beide groepen bewoners uit elkaar probeerden te houden, werden bekogeld door stenen. Het grootste deel van de migranten is geëvacueerd uit het kamp en zal opgevangen worden in noodopvangcentra.

Het kamp werd een jaar geleden door de hulporganisatie Artsen zonder Grenzen opgericht om de tot dan toe onder ellendige omstandigheden in geïmproviseerde tentenkampen levende migranten, die hopen Groot-Brittannië te bereiken, een onderkomen te verschaffen. Artsen zonder Grenzen heeft zich inmiddels uit het project teruggetrokken. In het nu erg verwaarloosde kamp verbleven ongeveer 1.500 mensen. De Franse regering liet midden maart nog weten dat ze het kamp zo snel mogelijk wilde laten ontruimen.

'Beschermen van mensen moet absolute topprioriteit worden'

Vzw Humain schrikt niet op. ‘Het zogenaamde eerste humanitaire vluchtelingenkamp staat al maanden onder druk door de overbevolking en de lucratieve praktijken van mensensmokkelaars’, zegt Patrick Legein, vervangend woordvoerder van vzw Humain. ‘Door het nijpend tekort aan veilige slaapplaatsen, voeding, elektriciteit en warm water is de spanning al lang voelbaar. Kwetsbare families moesten er noodgedwongen verblijven in kleine houten hokken. Eind maart 2017 verbleven er 1.500 mensen in het kamp, waarvan 150 vrouwen en 300 kinderen, waarvan 100 niet-begeleide minderjarigen. Ze werden ondergebracht in 291 shelters, dat zijn er 93 minder dan exact één jaar geleden.’

Het kamp was in afbouw maar door de sluiting van de ‘Jungle’ in Calais verdubbelde de populatie in geen tijd. Dat leidde afgelopen winter al tot gevaarlijke toestanden. 29 mensen raakten bevangen door koolstofmonoxidevergiftiging.
‘Er moet een absolute topprioriteit komen voor het beschermen van alle mensen in Camp de la Linière: kinderen, niet-begeleide minderjarigen, (zwangere) vrouwen, mannen en personen met een handicap. Zij moeten dringend fysiek en psychologisch beschermd en bijgestaan worden op een plaats waar ze veilig en specifiek worden begeleid en opgevangen, met een onvoorwaardelijke ondersteuning’, aldus Legein.

Het is vooralsnog onduidelijk waar de inwoners van het kamp naartoe moeten. De Franse autoriteiten zijn alleszins niet zinnens om het kampterug op te bouwen.