Verklaringen van terrorist Abrini gelekt
Mohamed Abrini, de man met het hoedje. Foto: AFP

De terrorist met het hoedje. Zo staat Mohamed Abrini (32) bij ons bekend na de aanslagen in Zaventem en Maalbeek. Maar de man uit Molenbeek had ook een sleutelrol bij de aanslagen in Parijs. ‘We vertrokken naar Frankrijk met drie auto’s. Als een konvooi des doods’, zo staat in zijn verklaring aan de onderzoeksrechter die uitlekte in de Franse pers.

Abrini kwam het eerst in beeld bij de aanslagen van Parijs, toen heel de wereld op zoek was naar de voortvluchtige Salah Abdeslam. Maar uit beelden van de terrorist, genomen door bewakingscamera’s aan de Frans-Belgische grens, van een paar dagen voor de Parijse aanslag, zagen speurders ook een kompaan: Abrini, die in Molenbeek bij Salah om de hoek woonde.

Enkele keren zijn beiden over en weer gereden om de plekken van de aanslagen te verkennen en schuiloorden te zoeken. Abrini reed ook mee toen het moordcommando hier in ons land vertrok op 12 november, een dag voor de aanslag. ‘Het was het konvooi van de dood. We reden met drie auto’s, wiel in wiel’, verklaart hij aan de onderzoeksrechter.

‘Op weg naar de dood’

Eerst haalden ze in hun schuiloord in Charleroi nog andere leden van het moordcommando op, dat uiteindelijk uit acht mensen zou bestaan. ‘Iedereen was daar in het appartement. Die mensen waren mijn laatste vrienden. In mijn hoofd wist ik toen dat ze op weg waren naar de dood.’ De auto met Abrini aan boord reed daarop naar een schuiloord in Bobigny.

‘Mijn compagnons waren heel kalm. Ze maakten eten klaar in de keuken en keken tv. Ik omhelsde ze een laatste keer en vertrok terug naar Brussel’, verklaarde Abrini.

De volgende dag, 13 november, zullen er 130 doden vallen bij de aanslagen in Parijs. De opsporingsfoto van Abrini prijkt overal, naast die van Abdeslam. In Brussel verblijft Abrini bij het commando dat samen met hem de aanslagen in Brussel en Zaventem zal uitvoeren. Daar zag hij ook zijn vriend terug, die nadien arriveerde dankzij een lift van vrienden. ‘Abdeslam zag er bleek uit ... en moe. Hij keek me aan en zei: “We hebben het geflikt”.’

Naaimachine

Dat schuiloord was een appartement in de Henri Bergéstraat in Schaarbeek. ‘In dat appartement stond een naaimachine. Het meest vriendelijke object daar’, klinkt het luchtig in de verklaring. ‘Want op de verdieping stond er ook een bak met poeder voor de explosieven en de ontstekingsdraden. Het was er heel klein, vochtig ook en we waren er met zes.’

De overblijvers splitsten zich uiteindelijk op in twee groepen. Mohammed Belkaïd, Salah Abdeslam en Sofien Ayari verbleven in de Driesstraat in Vorst. De eerste stierf door politiekogels op 15 maart. De andere twee konden nog ontkomen, maar zouden enkele dagen nadien opgepakt worden in hun laatste schuiloord in Molenbeek.

Mohamed Abrini en zijn kompanen Najim Laachraoui en Osama Krayem konden wel voortvluchtig blijven en verborgen zich in Max Roosstraat in Schaarbeek, waar de broers El Bakraoui al zaten. Toen ze hoorden dat Salah gevat was, vulden ze hun tassen met explosieven en bestelden ze op de ochtend van 22 maart een taxi voor Zaventem.