Gelukkige juf of meester? Gelukkige kinderen
archiefbeeld Foto: pn
Een gsm of een spelconsole maakt kinderen niet gelukkiger. Bij een juf of meester in de klas zitten, die zelf goed in het vel zit, wél.

Wat maakt kinderen gelukkig? De provincie Antwerpen vroeg het aan 13.871 leerlingen uit de vierde, vijfde en zesde klas van 163 basisscholen in 54 Antwerpse gemeenten. De meeste kinderen geven zichzelf een hoge score van gemiddeld 8 op 10. Zeven op de tien scoren een acht of hoger. Er is geen verschil tussen meisjes en jongens, en evenmin tussen jongere en oudere leerlingen.
Verrassender: wie een gsm of smartphone heeft, of een spelconsole, is evenmin gelukkiger dan wie die niet heeft. Het bezit van die spullen heeft geen enkele invloed op de mate van welbevinden.

Wat wel telt: veel vrienden hebben, niet gepest worden, zich niet voortdurend vervelen, en terechtkunnen bij veel mensen, in de eerste plaats bij mama of papa. Ook belangrijk: graag naar school gaan en de juf of meester leuk vinden. Sterker, kinderen die denken dat de juf of meester zelf gelukkig is, zijn op hun beurt ook vaker gelukkig. 

‘Dat gaat echt hand in hand’, zegt professor Guido Van Hal (Universiteit Antwerpen), die de studie mee begeleidde. ‘Het is een interessante vaststelling voor al wie in het onderwijs werkt. Juffen en meesters zijn voor kinderen in de basisschool echte rolmodellen. Als kinderen hen leuk vinden, gaan ze liever naar school en voelen ze zich ook beter in hun vel.’

Overigens vinden kinderen de speeltijd doorgaans leuker dan de lessen zelf, al geldt dat niet voor kinderen die zeggen geregeld gepest te worden. ‘Een groep die aandacht verdient’, zegt Guido Van Hal. ‘Ook al is die niet zo groot, toch gaat het om enkele honderden kinderen. En wat meer is: die zeggen ook dat ze niet of minder bij hun ouders terechtkunnen. Dat is dus dubbele pech.’
Ook kinderen die thuis een andere taal dan Nederlands spreken – een op vier in de hele provincie – scoren wat minder hoog op geluk en blijken iets vaker gepest te worden. ‘Een spijtige vaststelling, die verder onderzoek behoeft’, aldus Van Hal.