Bij het conflict in Jemen zijn tussen 26 maart 2015 en 28 februari 2017 minstens 1.546 kinderen gedood en 2.450 kinderen verminkt. Dat blijkt uit een nieuw rapport van Unicef. Het Kinderfonds van de Verenigde Naties benadrukt dat het hierbij enkel om geverifieerde cijfers gaat, 'het werkelijke aantal ligt hoger'. Gisteren kwamen in Sanaa nog honderdduizenden Houthi's op straat tegen de internationale coalitie die het land al twee jaar bombardeert.

Volgens het nieuwe rapport 'Falling through the cracks' verkeren ongeveer 17 miljoen mensen - ruim 65 procent van de bevolking - in een situatie van gevaar, armoede en algehele kwetsbaarheid. 'Het aantal extreem arme en kwetsbare mensen is buitengewoon hoog. Een op de twee inwoners van Jemen leeft nu van minder dan twee dollar per dag', luidt het. 'Het is momenteel de grootste voedselcrisis ter wereld.'

En het zijn de kinderen die de hoogste prijs betalen, zegt Unicef. Ondertussen lijdt al bijna een half miljoen van hen aan ernstige acute ondervoeding, en hebben bijna tien miljoen kinderen dringend humanitaire hulp nodig. 'Elke tien minuten sterft een kind aan voorkombare ziekten, het gevolg van de ineenstorting van het zorgsysteem.'

Daarnaast is er ook de problematiek van de kindsoldaten. Volgens de VN werden sinds het begin van het al twee jaar durend conflict minstens 1.572 jongens, die soms niet ouder zijn dan 8, gerekruteerd om te vechten of voor ondersteunende rollen. Minderjarige meisjes worden dan weer meer uitgehuwelijkt dan voor het uitbreken van de crisis (twee derde tegenover de helft).

Unicef pleit dan ook voor een 'onmiddellijke politieke oplossing voor de oorlog' en eist dat een einde wordt gemaakt aan het geweld tegen kinderen. Daarnaast moet er meer gedaan worden om de hongersnood aan te pakken, moeten basisvoorzieningen worden ondersteund en moet onbelemmerde toegang voor humanitaire hulp worden voorzien.