Planckendael wordt weer bevolkt door de ooievaars. Ze keren terug van het zuiden naar hun thuis in het dierenpark in Muizen. Ze fatsoeneren hun nesten en hernieuwen de band met hun partner. Ze paren vlijtig en enkelen hebben al een ei gelegd.

De lente kriebelt en de ooievaars keren terug van hun trek naar het zuiden. Op 3 februari signaleerde Planckendael de eerste vogels. Nu tellen ze in het dierenpark al zo’n veertig trekkers. Ze keren vooral terug uit Spanje of het zuiden van Frankrijk, waar ze overwinterden.

In het broedseizoen telt de ooievaarskolonie in Planckendael meer dan honderd dieren. Terug in Planckendael beginnen ze onmiddellijk ijverig aan hun nesten te werken. Nu telt Planckendael al 57 nesten. Die liggen hoog in de boomkruinen en op nestplatformen, verspreid over het hele park.

De nesten hebben een diameter van zo’n 1,5 meter en ze werken er jaarlijks ijverig aan om het te verstevigen en te vergroten. Een nest kan na verloop van tijd wel 500 (!) kilo wegen.

Als je het typische geklepper hoort, verklaren ze elkaar hun liefde. Ze plooien hun hals en leggen hun kop in hun nek om zo de onderste snavelkant vlot tegen de bovenkant te klappen. Ze leggen twee tot zes eieren, die ze 33 dagen warm houden en om beurten bebroeden.

Indrukwekkende cijfers

Planckendael ligt op de natuurlijke trekroute van de vogels en zet zich al sinds de jaren 90 actief in voor de ooievaars. Planckendael startte met slechts enkele broedkoppels om de soort te helpen overleven in West-Europa. De oorspronkelijke groep van zes dieren breidde daardoor uit tot een kolonie van meer dan honderd ooievaars.

De jongste jaren brak Planckendael record na record met 84 jongen in 54 nesten in 2014 en meer dan honderd jongen in drie ringrondes in 2015. In 2016 telden we 57 nesten, een recordaantal, maar door het kille en natte voorjaar eindigde de teller op slechts 62 kuikens.