In het eerste debat bewees Marine Le Pen dat ze een te duchten presidentskandidaat is.

Voor het eerst gingen de belangrijkste kandidaten bij de Franse presidentsverkiezingen in debat met elkaar. Het belang ervan was groot: een maand voor de eerste ronde op 23 april zegt 40 % van de Franse kiezers nog niet te weten op wie ze zullen stemmen - wat nooit eerder gebeurd is onder de Vijfde Republiek.

Vooral de 39-jarige Emmanuel Macron had veel te verliezen - slechts één op twee van zijn potentiële kiezers zegt al zeker te zijn van hun stem. Macron, die nooit eerder verkozen werd, maakt door de schandaalsfeer rond François Fillon een grote kans om in de tweede op 7 mei verkozen te worden tot president. Volgens peilingen zou hij het in de beslissende tweede ronde halen tegen de voorzitster van het Front National met ongeveer 60 % van de stemmen.

Niets tegen het volk

Marine Le Pen probeert Macron systematisch weg te zetten als een naïeve vertegenwoordiger van de globalisering en de Europese Unie die volgens haar Franse banen kosten.

‘Ik wil Frankrijk niet besturen als een regio van de Europese Unie’, verklaarde Le Pen, die van bij het begin liet blijken dat ze een uitstekende debater is. ‘Ik wil de nationale onafhankelijkheid herstellen waarvoor miljoenen Fransen gevochten hebben en gestorven zijn.’ Via referenda wil ze ‘de stem teruggeven aan het volk, zodat er niets meer gebeurt tegen het volk’.

Om Fillon indirect aan te vallen, verwees ze systematisch naar (volgens haar) verkeerde beslissingen die Nicolas Sarkozy nam toen hij president was - Fillon was van 2009 tot 2014 zijn premier.

Voor de aangeschoten kandidaat van Les Républicains was het debat een kans om de aandacht opnieuw te vestigen op zijn programma om Frankrijk er weer bovenop te helpen, in plaats van op ‘Penelopegate’. Met zijn economische schoktherapie wil hij van Frankrijk in tien jaar tijd het sterkste land van de Europese Unie maken, zei hij. Macron probeerde hij neer te zetten als ‘de spirituele zoon’ van Hollande met wie niets zal veranderen - Macron was tot augustus diens minister van Economie.

Migratie

Opvallend was ook dat Macron zich ferm opstelde inzake veiligheid en migratie, waar hij aanvallen kon verwachten van Fillon en Le Pen. Inzake migratie pleitte hij voor een Europese aanpak, zowel van de bescherming van de buitengrenzen als het terugsturen van economische migranten.

Fillon daarentegen pleitte voor een jaarlijks quotum van het aantal vluchtelingen dat Frankrijk kan opvangen. En Le Pen beweerde dat zij de immigratie naar Frankrijk zal stoppen door de controle over de nationale grenzen te heroveren, maar pleitte in één beweging wel voor een saldo inzake legale migratie van 10.000 mensen.

'We moeten eerst onze grenzen opnieuw onder controle krijgen, want ik zie niet hoe we ons kunnen beschermen tegen terroristen als we niet weten wie ons grondgebied binnenkomt, of wie de grens oversteekt om wapens te gaan kopen in België', verklaarde FN-voorzitster Le Pen.

Met de allusie op België verwijst Le Pen naar de aanslagen van 13 november in Parijs, die grotendeels werden georganiseerd vanuit ons land. De terroristen zouden bijvoorbeeld hun wapens hebben verkregen in Brussel.

Volgens een peiling bij 1.157 volwassen televisiekijkers na het debat door BFMTV, was Macron met 29 procent de meest overtuigende kandidaat maandagavond. Mélenchon eindigde op de tweede plaats (20 procent), gevolgd door Fillon en Le Pen (beiden 19 procent) en Hamon (11 procent).