‘Het houdt niet op met India’, zegt Eric Jonckheere, die in ons land tegen Eternit procedeert. Ook in onder meer Congo heeft het bedrijf volgens hem een spoor van asbest getrokken.

‘Het houdt niet op met India. Eternit had fabrieken over de hele wereld. Ik geraak er zelf niet wijs uit waar ze allemaal zaten’, zegt Eric Jonkcheere.

Hij reageert op het nieuws dat een Indiaas dorp van het vroegere Eternit (nu Etex Group) gerechtigheid eist omdat het dorp decennialang met asbest van de naburige fabriek werd vervuild. Die fabriek was in de jaren negentig in handen van het Belgische Eternit.

Jonckheere verloor zelf vier familieleden aan longvlieskanker, veroorzaakt door asbest. Zij woonden allemaal in Kapelle-op-den Bos, waar Eternit lang met asbest werkte. Na de dood van zijn moeder dagvaardde hij het bedrijf. In eerste aanleg kreeg hij een schadevergoeding van 250.000 euro. Eternit ging in beroep. Het arrest valt volgende week.

‘Ik had een nonkel die in 1948 naar Kinshasa is verhuisd om daar een fabriek voor Eternit op te starten’, zegt Jonckheere. ‘Hij nam oude machines uit België mee. Later deed hij hetzelfde in Bujumbura. Die fabrieken zijn er nog steeds, al zijn ze - denk ik - niet meer in handen van Eternit.’

‘Ik was laatst op bezoek in Kinshasa en zag met eigen ogen dat Eternit daar geen koosjere erfenis heeft achtergelaten. Er was gevaar voor de werknemers en de bewoners.’

Monument

‘Ik ijver voor een monument in Kapelle-op-den-Bos voor alle slachtoffers van asbest wereldwijd’, zegt hij nog. ‘Al heb ik niet de indruk dat de lokale politiek of het bedrijf daarop zit te wachten.’

‘Ik wil heel graag eens met de familie Emsens samenzitten, de eigenaars van de Etex Group. Of de uitspraak op mijn proces nu positief of negatief is. Zij zijn niet de derde rijkste familie van het land geworden door pinda’s te verkopen.’

‘Ik wil dat ze hun verantwoordelijkheid nemen en geld vrijmaken voor de slachtoffers van asbest. Laat ze in ons land al eens beginnen door meer geld te doneren aan kankeronderzoek en op te draaien voor de sanering van onze scholen, waar vaak nog asbest aanwezig is.’