Leren van Oosterweel
Het Antwerpse compromis koppelt mobiliteit aan leefbaarheid. Foto: Katrijn Van Giel

Het licht aan het einde van de Oosterweeltunnel is in niet geringe mate te danken aan de creatieve oplossingen van burgers, concludeert Thomas Goorden.

Wie? Initiatiefnemer Burgerraad/Burgerlijst.

Wat? Radicale burgerinspraak op het hoogste niveau is broodnodig om tot mooie oplossingen te komen.

Nu Antwerpen eindelijk uit zijn mobiliteitsknoop is verlost, kunnen we enkele straffe conclusies trekken. Ten eerste: de efficiëntste vorm van activisme loopt via het gerecht. Zonder de koppige inzet van gerechtsprocedures vanuit onder andere Straten-generaal was er nooit inspraak bekomen op dat niveau. De voorlaatste paragraaf in het verbond is klaar en duidelijk: de meest klinkende pasmunt die de burgerbewegingen op tafel legt, zijn de procedures bij de Raad van State. Hoewel Ringland een enorm maatschappelijk draagvlak wist te creëren, is het twijfelachtig of men daarmee deze tanker had kunnen doen keren. Wellicht is een combinatie het allersterkste: ambitieuze rechtszaken gecombineerd met een breed draagvlak. Ook de Klimaatzaak is die weg ingeslagen, misschien dat ook daar na jaren van weerstand ‘voortschrijdend inzicht’ neerdaalt in de regering.

De grootste verwezenlijking van burgerbewegingen is misschien dat ze een inspraakmodel wisten af te dwingen. Niet alleen de aanstelling van een intendant, maar ook de verankering van inspraak in een werkgemeenschap zijn in dit land nooit gezien. Inspraak moet en kan overduidelijk afgedwongen worden van onze machtsdragers. Die laatsten zullen misschien wel beweren dat zij dat al doen en voorbeelden aanhalen als het ‘burgerkabinet’ in Brussel en de ‘burgerbegroting’ in district Antwerpen. Maar bedenk dan even hoe een budget van 1,1 miljoen euro (burgerbegroting) verbleekt bij de 250 miljoen euro die de stad Antwerpen op tafel legt voor de overkapping. Tussen wat mogelijk is en wat spontaan aangeboden wordt, gaapt een Grand Canyon. Inspraak moet je afdwingen, toestemming vragen is vooral een oefening in frustratie.

Schup in de grond

Nog opvallend in de Oosterweelsaga is de ongelofelijke rijkdom aan slimme ideeën die de burgerbewegingen op tafel legden. De koppeling van mobiliteit aan leefbaarheid, de overkapping, de scheiding van tunnels, een tracé dat rond en niet door de stad wordt gelegd (herinnert u zich het Meccano-tracé nog?), een modal shift en zelfs het finale sluitstuk – een ‘radicaal tracé met Oosterweel light’ – is uiteindelijk door Manu Claeys bedacht om de boel te ontmijnen. Dat staat in schril contrast met de koppigheid en het gebrek aan creativiteit die de regering en de administratie daartegenover stelde. Ook de platen ‘Schup in de grond’ en ‘Vertrouw ze niet’ worden nog steeds grijsgedraaid, nochtans niet bepaald zomerhitjes. Misschien is dat gedrag niet eens onlogisch. Creativiteit staat immers gelijk aan onzekerheid en dat is dodelijk in het huidige politieke klimaat.

Laat het duidelijk zijn dat radicale burgerinspraak op het hoogste niveau broodnodig is om tot mooie oplossingen te komen. Hoewel de onderhandelingen tot op heden vaak in een stroeve sfeer zijn verlopen, ligt er een droom op tafel om dat spontaan en conflictloos te doen binnen domeinen waar we een dringende nood hebben aan betere ideeën. Denk aan klimaat, diversiteit of onderwijs, om er maar een paar te noemen.

In dit alles kun je niet anders dan ernstige bedenkingen hebben over de rol van politieke partijen in dit verhaal. Is het immers niet zo dat de meeste problemen in dit soort dossiers voortkomen uit één of andere electorale strategie? Hebben we niet allemaal enorm veel baat bij een continuïteit van het beleid zonder politieke spelletjes? Staat onze particratie een creatieve en conflictloze besluitvorming niet gewoon in de weg? Deze laatste saga doet vermoeden van wel.