Jamal Saleh Momenah, het Saudische hoofd van het Islamitisch en Cultureel Centrum in Brussel, heeft gisteren in de Kamer de kloof tussen de Grote Moskee en de politiek nog een pak groter gemaakt.

‘Met zo iemand bouw je geen inclusieve samenleving’, concludeerde Christoph D’Haese (N-VA) na de getuigenis van Jamal Saleh Momenah, het Saudische hoofd van het Islamitisch en Cultureel Centrum (ICC) in Brussel, in de commissie 22/3. ‘Dit is een vijand van onze westerse waarden. Hij kent niet eens het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens!’

Over meerderheid en oppositieleden heen waren de commissieleden het roerend eens. Alles wat hij zei en niet zei, getuigde van een ‘gebrek aan respect voor de onderzoekscommissie’. ‘U hebt een enorme kans gemist om de vreedzame islam uit te leggen en het wij-zij-denken te helpen overstijgen. Ik ben héél zwaar teleurgesteld’, aldus een verontwaardigde Meryame Kitir (SP.A) in een opvallend felle uithaal. Na meer dan twee uur besloot voorzitter Patrick Dewael (Open VLD) met de woorden: ‘Dit is een kaakslag voor onze commissie, een getuige onwaardig. Normaal dank ik elke getuige, maar u ga ik niet danken. En vooral: ik laat u niet gerust.’

Dovemansgesprek

Jamal Saleh Momenah legde zijn verklaring af in het Arabisch. Hij toonde zich een meester in het niet antwoorden op de vragen. ‘De financiering is heel duidelijk’, herhaalde hij telkenmale, ‘de Islamitische Wereldliga geeft ons jaarlijks een bedrag tussen 1 en 1,2 miljoen euro voor operationele werking.’ Maar een storting van ruim 10.000 euro met vermelding ‘Syrië’ kon hij niet verklaren.

Hij ontkende wel dat de Grote Moskee of het ICC – het administratieve centrum van het gebedshuis – iets te maken heeft met radicalisme of terrorisme, of dat er ooit Syriëstrijders over de vloer gepasseerd waren. Een beetje later moest hij toegeven dat er zoveel mensen over de vloer komen dat hij niet van iedereen de achtergrond kan kennen, nog later dat er ooit ‘één geval van radicalisering’ is geweest.

‘Ons centrum is een openbare plek die openstaat voor iedereen’, beklemtoonde hij. ‘We zijn gematigde moslims, ik nodig iedereen uit om eens op bezoek te komen.’ Een geprikkelde Dewael repliceerde dat een bezoek hem niet interesseerde, maar dat hij concrete antwoorden wilde op de vragen. Het bleef een dovemansgesprek.

Het moet gezegd: de man zat tegenover bijzonder sceptische parlementsleden, die zich na de verbijsterende getuigenis van imam Galaye N’Diaye vorige maand duidelijk hadden voorgenomen Jamal Saleh Momenah ‘niet zomaar te laten wegkomen’. Vooral de N-VA en de MR bestookten hem met aanvallende vragen – tot een kruisverhoor over zijn diplomatiek statuut toe. Toch stonden ze niet alleen: zelfs Servais Verherstraeten (CD&V) waarschuwde Momenah dat hij ‘voor het einde van de week alle gevraagde info moest inleveren’.

‘Vrouw vult man aan’

Momenah werd ook op de rooster gelegd over de mensenrechten, en zeker over de gelijkheid van man en vrouw. Denis Ducarme (MR) had op de website van het ICC adviezen van de imam ontdekt die daar tegenin gaan. ‘Dat klopt niet’, aldus een gedecideerde directeur. ‘Man en vrouw hebben gelijke rechten en plichten, maar de man heeft zijn rol en de vrouw de hare. Ze vult de man aan en steunt hem.’ Waarop de commissie ontzet vaststelde dat hij zonet ‘een negatie van het gelijkheidsbeginsel had uitgesproken’.

Momenah beloofde even later dat de adviezen van de imam in de toekomst gecontroleerd zouden worden. ‘We willen echt een nieuwe visie uitdragen, de visie van de gematigde islam’, concludeerde hij. Maar het parlement kon hij niet overtuigen. ‘Dit heeft de moskee, en bij uitbreiding de hele moslimgemeenschap, geen goed gedaan’, klonk het.