‘Luistervinken helpt migrantenjongeren taal leren’
Foto: Dieter Telemans
Marokkaanse kleuters lijken minder geneigd dan Vlaamse jongeren op school heimelijk gesprekken mee te volgen. ‘Nochtans scherpt dat het taalgevoel aan.’

Kinderen met een migratieachtergrond leren vooral nieuwe woorden als ze rechtstreeks aangesproken worden, peuters met een Vlaamse afkomst ook al luistervinkend.

Tot dat prikkelende inzicht komt Anneleen Boderé in een nieuw onderzoek. De linguïst, verbonden aan de KU Leuven, onderzocht het effect van achtergrondgesprekken op de taalverwerving bij 132 kleuters, naast de invloed van rechtstreekse communicatie.

Hoe deed ze dat? Door een verhaal te vertellen met twaalf nieuwe woorden. Zo ging het verhaal over de ‘kameut’, een gek mannetje met een tomatenkop. De kinderen kregen dit verhaal te horen in drie verschillende situaties. In één situatie werden ze uitgenodigd om naar het verhaal te luisteren en rechtstreeks aangesproken. In twee andere situaties kregen ze een opdracht – bijvoorbeeld een tekening inkleuren. Intussen vertelde de leerkracht het verhaal aan een andere groep kinderen of aan een andere leerkracht.

Een dag later kregen de peuters onverwacht een toets waar specifiek gepeild werd naar die nieuwe woorden en de betekenis ervan.

Wat bleek? De kinderen van Vlaamse en Marokkaanse afkomst hadden vergelijkbare resultaten als ze rechtstreeks werden aangesproken. De kinderen van Vlaamse afkomst hadden echter meer woorden onthouden dan kinderen van Marokkaanse afkomst wanneer ze een gesprek onder twee volwassenen konden mee beluisteren.

Video-opnames

Waaraan lag dat? De taalachterstand, waarmee migrantenjongeren vaak worstelen? Neen, zegt Boderé. ‘Want het verschil kwam ook voor bij de Marokkaanse kinderen die thuis perfect Nederlands spreken.’

Waaraan het wel ligt, werd duidelijk na de video-opnames te bekijken van het experiment. Terwijl de Marokkaanse kleuters ijverig en in volle concentratie aan de taak werkten en voor niemand anders oog leken te hebben, verloren de Vlamingen al snel hun aandacht en begonnen de gesprekken van de ouderen geïnteresseerd en vanop afstand mee te volgen – te luistervinken dus.

Sterke gehoorzaamheid

Dat andere leergedrag van Marokkaanse peuters verklaart Boderé eerder sociaal-cultureel dan louter linguïstisch. ‘Opvoeden gebeurt overal ter wereld anders; er bestaan daarbij verschillen in cultuur. Dat Marokkaanse kinderen de opdracht zo goed mogelijk uitvoerden, heeft misschien te maken met de traditioneel sterke klemtoon van ouders op gehoorzaamheid. Voorgaand onderzoek heeft aangetoond dat ook leerkrachten van kinderen met een migratieachtergrond meer gehoorzaamheid en volgzaamheid verwachten dan van autochtone Vlaamse kinderen.’

Maar volgens Boderé speelt nog een ander element, namelijk dat van herkenning. ‘Eerder onderzoek toonde al aan dat kinderen veel sneller leren van leerkrachten waarmee ze zich op de een of andere manier kunnen identificeren. Bijvoorbeeld als het accent overeenkomt, of de huidskleur. Dat proces gebeurt grotendeels onbewust. Maar aangezien in Vlaanderen het lerarenkorps voornamelijk wit blijkt, kan dat van invloed zijn op de taalverwerving van jonge kinderen. Vervolgonderzoek moet uitwijzen of dit effectief het geval is’.