Ook gerimpeld klinken de songs van TC Matic nog best
Foto: Koen Bauters
In de AB Club ging Arno Hintjens (67) de confrontatie aan met zijn eigen wilde jaren. Een kort, hitsig concert liet horen hoe scherp zijn muziek eind jaren 70 wel was, en nog steeds is.

Voor veel aanwezigen was het concert een enorme revue. Ze hadden TC Matic beleefd in zijn hoogdagen, toen de Oostendse band een nieuw soort Euro-funk uitvond. Sommigen hadden wellicht zelfs nog Tjens Couter beleefd,  de bluesrockband waarin Arno met Paul Decoutere zijn  grote liefde voor de Amerikaanse blues beleed.

Arno is in zijn carrière altijd vooruit gegaan. Bands verslijtend, muzikanten achterlatend, producers afwisselend. Het was daarom nogal een verrassing toen hij abrupt bekend maakte dat hij met 'Tjens Matic' helemaal zou terugkeren naar die creatieve periode waarin hij overstapte van blues naar 'new wave': de late seventies en vroege eighties. Het concert in de AB heette een uitprobeersel te zijn, maar vermits we er al konden intekenen op nieuwe merchandising van Tjens Matic, nemen we aan dat een tournee volgt.

Wat de mensen mogen verwachten?

Een massa korte, krachtige songs uit de vier albums van TC Matic. Songs als 'Cook me', 'Middle Class' en 'Ha Ha', waarin Arno de groove van James Brown optelt bij zijn hoogstpersoonlijke mix van blues en Krautrock. Ze klonken geweldig, ook al stond geen van de muzikanten van destijds op het podium. Arno liet zich begeleiden door drie jonge muzikanten ('allez gastjes, zin we vertrokken?') , die een heel krachtige groove uitrolden en de gitaaresthetiek van Jean-Marie Aerts perfect toepasten.

We hoorden ook enkele van die schreeuwsongs, die schijnbaar bestaat uit exploderende kermisriedels. 'Que Pasa' en 'Viva Boema' waren makkelijk de hoogtepunten door hun nonconventionele structuur, het dwarse gitaarspel en de withete energie die naar adem deed happen. De lichtshow bestond naar model van weleer uit enkel zwaaiend helwit licht.

En dan waren er hele oude songs, zoals 'Saturday Night Queen' dat de zanger grijnzend opdiende, als vond hij het vertolken van een van zijn eerste 'hits' (nu ja)  zelf toch een grap. Ongecompliceerde versies van 'The Milkcow' en 'Gimme what I need' lieten beter horen hoe zijn sound zich vanuit Mississippi ontwikkeld had via Britse R&B tot Oostendse barblues.

En geen 'O la la', geen 'Putain Putain' en geen 'Elle adore le noir'. Wie een hitconcert wilde, zat verkeerd. Arno verzekerde het publiek ervan dat zijn gitarist echt gitaar speelde en geen coiffeur mee had, een manier om zijn wrevel over de in zijn ogen lamme rockmuziek van vandaag te uiten. Daarom hadden we ook songs als het maatschappijkritische 'L'union fait la force' verwacht, maar die toon kwam pas op het einde met 'Bye Bye Till The Next Time', wiens openingsregels ('Give them a weapon and they kill') redelijk actueel mogen genoemd worden.

We hebben Arno Hintjens in zijn jonge dagen meermaals bezig gezien, en het verschil met toen was natuurlijk wel groot. De jonge haan van weleer, met die snijdende stem en dat snokkende bovenlijf, is vandaag een trage, grijzende leeuw. Maar het metier is groter dan ooit, en zoals een oude voetballer slim moet zijn, stak Arno alle energie in zijn stem, om de songs met drive en passie te brengen. Soms voerde hij nog teveel zichzelf uit, zoals in 'Le Java', maar soms was hij bijna helemaal weer die beeldenstormer van weleer die de chaos in hoofd en leden liet rondtollen en zijn publiek een open geest schopte.

Op zijn 67ste, je moet het toch doen.