Verplaatsingen zijn te goedkoop
Het is vooral de toenemende verkeersdrukte die ertoe leidt dat de maatschappij almaar meer de mobiliteit in Vlaanderen subsidieert.
De manier waarop we ons verplaatsen, wordt steeds meer gesubsidieerd door de maatschappij, blijkt uit een nieuw rapport.

Vlaanderen is niet op de goede weg, besluiten de Leuvense mobiliteitsexperts van Transport&Mobility. Op vraag van de Vlaamse Milieumaatschappij hebben zij voor de tweede keer  de kosten in kaart gebracht van ons verplaatsingsgedrag, en wie daar financieel voor opdraait. Vooral de almaar toenemende ­filekosten zijn de boosdoener, en het feit dat die zo goed als niet gecompenseerd worden door hogere belastingen of heffingen.

Het rapport van Transport&Mobility leert dat al zeker tot 2014 de maatschappij de rekening betaalde voor een almaar groter deel van de zogenaamde externe kosten. Die omvatten onder meer de ­milieuschade, zoals de uitstoot van broeikasgassen, de kosten voor de sociale zekerheid die voortvloeien uit ongevallen, en het tijdverlies in files. Het is vooral de toenemende verkeersdrukte die ertoe leidt dat de maatschappij almaar meer de mobiliteit in Vlaanderen subsidieert. Het ziet er bovendien niet naar uit dat daar de voorbije jaren een kentering in is gekomen. 

Lichtpuntjes

Toch ziet het rapport enkele lichtpuntjes. Zowel wie gebruikmaakt van een bedrijfswagen als wie privé met een benzine- of dieselwagen rijdt, is de voorbije jaren meer gaan bijdragen in de maatschappelijke kosten die zijn verplaatsingen veroorzaken. Dat geldt ook voor vrachtwagenchauffeurs, met dank aan de recente invoering van de kilometerheffing. 

Het rapport reikt alweer argumenten aan om het gebruik van diesels als bedrijfswagen nog zwaarder te belasten. In 2013 is met de wijziging in de berekening van de voordelen van alle aard een eerste stap gezet. Maar met 21 procent hangen de bedrijfswagens nog altijd aan het staartje. Om alle maatschappelijke kosten te dekken, zouden ze vijf keer zwaarder belast moeten worden dan vandaag.

Het rapport leert tot slot dat er slechts één vervoersmiddel is dat de overheid helpt te besparen op de kosten van ons verplaatsingsgedrag: de fiets. Zowel wie zich met een gewone als met een elektrische fiets verplaatst, maakt dat de overheid veel minder moet uitgeven aan gezondheidszorg. Omdat met de fiets rijden gelijkstaat aan minder zieken, langer leven en meer levens­kwaliteit.