Chris Dercon te duur voor ontslag bij Volksbühne
Chris Dercon dan toch aan de slag bij de Volksbühne. Foto: AFP

De nieuwe Berlijnse staatssecretaris voor cultuur heeft nu toch, zij het halfhartig, zijn steun betuigd aan Chris Dercon als directeur van de Volksbühne. Zijn contract was te duur om te ontbinden. Dercon moet nu bijsturen.

Sinds in april 2015 bekend werd dat onze landgenoot Chris Dercon (58) aan de leiding kwam van het Berlijnse stadstheater Volksbühne, werd zijn positie gecontesteerd. Dercon kwam uit de beeldende kunst (Tate Modern) en werd aanzien als een intendant. Tegenstanders vreesden dat het gevestigd theaterhuis onder zijn leiding op de schop zou gaan.

Toen hij de contouren voor zijn eerste plannen bekendmaakte, schreven 172 acteurs en theaterlui een open brief om hun ‘diepe bezorgdheid’ uit te drukken. Nadien wees de Berlijnse senaat een subsidieverzoek van hem af.

Dercon werd aangetrokken door de Berlijnse staatssecretaris voor cultuur Tim Renner. Nu die opgevolgd is door Klaus Lederer (van Die Linke) leek Dercon alle rugdekking kwijt te zijn. Hij liet meteen weten dat Renner fout geadviseerd was en dat hij er voor zou zorgen dat het theater een ‘solide ensemble en repertoire’ zou blijven behouden.

Lederer en Dercon hebben nu een compromis gesloten om samen door te gaan. Volgens de Duitse pers was het te duur om Dercons contract te ontbinden. In 2016, een jaar voor zijn indiensttreding, kregen hij en zijn programmadirectrice 138.000 euro en een aanzienlijk reisbudget. Dit jaar wordt dat 212.000 euro. Dercon gaat in augustus van start.

‘De Berlijnse staat houdt zich aan zijn contractuele verplichtingen’, zei Lederer. Hij zei dat hun opvattingen over theater sterk verschillen maar draaglijk zijn. ‘We agreed to disagree’, zei Dercon. Hij zegt dat hij zowel de sociale organisatie van de Volksbühne zal respecteren als de podiumkunst in Berlijn en daarrond.

Chris Dercon was directeur bij het Rotterdamse museum Boijmans van Beuningen. Daarna werd hij directeur bij het Haus der Kunst in München en de Tate Modern in Londen.