In de Verenigde Staten is het protestkamp tegen de aanleg van een controversiële pijplijn ontruimd. De indianen van de Sioux-stam en milieuactivisten namen op een ceremoniële manier afscheid van het kamp waar ze maanden gewoond hebben door hun tenten te verbranden.

Al langer dan zes maanden protesteerde de inheemse bevolking in Noord-Dakota tegen de aanleg van een pijpleiding dat heilig land zou doorkruisen. De strijd is gestreden, ten nadele van de betogers. Het kamp werd ontruimd met een emotionele afscheidsceremonie waarbij een deel van het protestkamp in brand werd gestoken. Negen mensen werden gearresteerd. 

'Er is heel veel verdriet', zei een Sioux-stamlid in een interview met Time, 'we moeten ons tweede thuis verlaten'. 

Obama vs. Trump 

Op 24 januari, drie dagen na zijn aantreden, gaf president Donald Trump aan het Amerikaanse leger het bevel om de herziening en goedkeuring van de pijpleiding zo snel mogelijk af te handelen. Met die beslissing maakte Trump een einde aan de terughoudendheid van de Obama-administratie. 

De gouverneur van Noord-Dakota, Doug Burgum, koos 22 februari als deadline. Iedereen die dan nog aanwezig was op het protest-kamp, moest er weg.

Omstreden pijpleiding

De Dakota Access pijpleiding moet 1.886 kilometer lang worden, vier Amerikaanse staten doorkruisen en olie transporteren van North Dakota, dat grenst aan Canada, naar het meer zuidelijke Illinois.

De Sioux-stam van Standing Rock beschouwt de pijpleiding als een bedreiging voor haar waterbronnen en voor heilige plaatsen waar de voorouders zijn begraven.