‘Ongerustheid over betonstop groot op het platteland’
Foto: ggm

Als het van de Vlaamse Regering afhangt, komt er een halt aan lintbebouwing en verkavelingen die alleen met de wagen bereikbaar zijn. Om de mensen diets te maken dat we anders moeten gaan wonen, gaat Vlaams minister van Omgeving Joke Schauvliege (CD&V) de boer op.

De onderzoeksinstelling VITO heeft ter voorbereiding van de betonstop een inventaris gemaakt van de Vlaamse grond: hoe goed is die ontsloten door frequent openbaar vervoer, waar zijn er veel voorzieningen op wandel- en fietsafstand? Bijna de helft van de beschikbare grond met een harde bestemming, 36.000 hectare, blijkt heel slecht te liggen, dus in the middle of nowhere. Er is, naast nieuwe wettelijke regels, een cultuuromslag nodig om te voorkomen dat nog meer Vlamingen op de buiten gaan wonen en lintbebouwing erbij komt, erkent minister van Omgeving Joke Schauvliege (CD&V) bij monde van haar woordvoerder Jan Pauwels.

‘De filosofie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (de officiële benaming van de ‘betonstop’, red.) is dat we meer in de omgeving van knooppunten voor openbaar vervoer gaan wonen’, aldus Pauwels. ‘Maar we kunnen niet alles van bovenaf opleggen. Er is ook een mentaliteitswijziging nodig. De minister gaat daarom letterlijk de boer op om met mensen te praten. Deze maand alleen al gaat ze op een tiental avonden in dialoog met burgers over onze ruimtelijke ordening. Het zijn avonden die door bijvoorbeeld verenigingen georgniseerd worden.’

‘Meer en meer mensen zich zich ervan bewust dat we niet kunnen voortdoen zoals nu. Ze ondervinden de schade van onze ruimtelijke ordening, zeker als het regent en er overstromingen zijn of als blijkt dat de files almaar langer worden.’

‘Maar buiten de steden leeft er een grote nieuwsgierigheid maar ook een grote ongerustheid dat straks niemand meer in het landelijk gebied mag gaan wonen of dat het platteland geen toekomst meer heeft. Dat is niet juist. Ook niet dat alleen nog in de steden geïnvesteerd zal worden. Op het platteland is er zeker nog ruimte voor kernverdichting.’

Dat zeggen ook de VITO-onderzoekers. Buiten de steden zijn er evengoed gebieden die aangesloten zijn op het openbaar vervoer en waar er voldoende voorzieningen zijn. Er is nog veel plaats op zulke toplocaties, en dus hoeft eigenlijk geen groen meer aangesneden te worden.

Maar er is dus wel een groot gebied, ruim 36.000 hectare, dat zeer slecht gelegen is en toch een harde bestemming (voor bijvoorbeeld wonen of werken). Daar moet je voor het minste de auto nemen omdat er geen winkels, scholen of artsen in de buurt zijn én omdat er geen of amper openbaar vervoer passeert. Zal de minister het aandurven om die grond van bestemming te wijzigen, zodat er toch niet op gebouwd zal worden?

‘Het is vandaag moeilijk om te zeggen hoeveel van de slecht gelegen grond van besteming zal wijzigen’, reageert woordvoerder Pauwels. ‘Maar de stukken grond die tot de 36.000 hectare slecht gelegen gebied behoren, zijn natuurlijk reële kanshebbers. Hier is een grote rol voorbehouden aan de steden en gemeenten. Zoiets kan je niet vanaf een bureau in Brussel beslissen.’

Eigenaars hoeven overigens geen heuse onteigeningsgolf te vrezen. De Vlaamse Regering werkt op dit moment aan nieuwe wettelijke instrumenten zoals de ‘verhandelbare ontwikkelingsrechten’. Kort gezegd is daarvan de bedoeling dat de eigenaar van een stuk slecht gelegen grond zijn recht om er te bouwen verkoopt aan de eigenaar van een stuk grond dat wel goed ligt. Die kan dan, op de betere locatie, ruimer of hoger bouwen.