Green Day redt Vorst met rock-’n-roll
Billie Joe Armstrong (archiefbeeld) Foto: AFP

Green Day speelde tweeënhalf uur in Vorst, zonder dat wij op ons horloge keken: dan heb je de ‘passion and compassion’ die zanger Billie Joe Armstrong wilde voelen.

Green Day is al lang niet meer het rattige punktrio van 39/Smooth en Kerplunk: tegenwoordig krijgen ze live versterking van twee gitaristen en een multi-instrumentalist, Jeff Matika, die in ‘Minority’ zelfs een accordeon bovenhaalde. Sinds het succes van Dookie uit 1993 is Green Day een hitgroep, en dat is hij gebleven, misschien tot verrassing van wie toen ‘Basket case’, ‘She’, ‘Longview’, ‘When I come around’ en ‘Burnout’ hoorde - vijf nummers die ze in Vorst ook speelden.

Net als ‘2000 light years away’ uit Kerplunk, want al hebben ze een indrukwekkende lichtshow mee en genoeg ontploffingen om Ocad heel, heel nerveus te maken, ze houden nog steeds van een retestrakke ‘1-2-3-4!’ Hadden ze ook nog mee: een in roze konijnenpak gehulde mascotte die ons opwarmde op de tonen van ‘Bohemian rhapsody’, ‘Blitzkrieg bop’ en ‘The good, the bad and the ugly’ - er mag altijd gelachen worden, bij Green Day. En qua vliegende start kon het optreden tellen: drie nummers ver had zanger Billie Joe Armstrong al een fan uit het publiek getrokken - die natuurlijk boven hem uittorende, alle fans van Green Day zijn groter dan Armstrong - en de Deense vlag rond diens schouders vervangen door een Belgische; ook waren er al twee songs gepasseerd uit de nieuwe plaat Revolution Radio, die na de wat tegenvallende trilogie ¡Uno! ¡Dos! ¡Tré! bewijst dat ze nog altijd een punky popsong kunnen schrijven.

Een welgemeende fuck you

Zeven nummers speelden ze uit de nieuwe plaat, maar dat vonden we dus echt niet erg; en zeven uit American Idiot, waaronder ‘Holiday’. Als u belooft het niet verder te vertellen: ik neem ‘Holiday’ wel eens mee op vakantie, om dan pakweg een Portugese boer te doen opschrikken uit zijn siesta met mijn krachtig mee gescandeerde ‘hey!’ Mooie herinneringen, goede luim: Armstrong weet dat we daarvoor van zijn band houden. Pas na vijf nummers sprak hij de zaal toe: ‘vanavond gaat het om passie en medeleven. Er is zoveel negativiteit tegenwoordig; ik kan zelfs niet naar het nieuws kijken. Ik weet niet meer wat waar is en wat gelogen.’

Dat klinkt als een verzuchting die velen maken, maar je hoort ze zelden zo klaar op een podium; de man Die Niet Genoemd Werd, kreeg na ‘American idiot’ in de bisnummers een welgemeende fuck you van Armstrong. In de twee uur daartussenin kregen we een heel royale greep uit hun twaalf platen. En een cover van ‘Knowledge’ van Operation Ivy, een oude punkband die Armstrong na aan het hart ligt en die we vooral zullen onthouden omdat de blondine die hij uit het publiek haalde na zijn vraag ‘waar zitten de gitaristen hier?’ écht bleek te kunnen spelen - ze mocht de gitaar houden.

2,5 uur

Tweeënhalf uur is lang, en Armstrong, drummer Tré Cool en bassist Mike Dirnt zijn ondertussen 44, maar ze deden het met een energie die doet vermoeden dat ze al een poos op tarwegrassapjes en dagelijkse gymsessies zijn overgestapt. Echte dips zaten er niet in het concert, al had Jason Freese voor mij niet te hoeven demonstreren hoe goed hij sax speelt; maar hij maakte dat goed met de dramatische piano in ‘Jesus of Suburbia’. ‘Yes, we have passion!’ zei Armstrong vergenoegd aan het einde van het concert - hij lag toen op zijn rug een medley te zingen van ‘Shout’, ‘Satisfaction’, ‘Always look on the bright side of life’ en ‘Hey Jude’. ‘Meer heb ik niet nodig, want ik geloof dat rock-’n-roll de wereld kan redden.’ En weet u: wij geloofden dat ook een beetje.

Green Day is Radiohead niet: een fusionjazzplaat of elektro-invloeden hoef je van hen niet te verwachten. Maar twaalf studioplaten lang punkpop maken die regelmatig schuimt als een pintje op een hete dag is zeker niet minder moeilijk, en na dertig jaar is Green Day nog altijd geen flets doorslagje van zichzelf, zoals zovele groepen. Het is nog altijd grappig om hen als ‘elder statesmen of rock’ te zien, maar zullen we dat maar beginnen te doen? Ze zijn het de facto wel, en je gunt hen dat respect.