‘Duurzaam is een vergissing, het rekt alleen de roofbouw’
Elk materiaal in het Liander-gebouw heeft een ‘paspoort’ gekregen, zodat het in stukjes uit elkaar kan worden gehaald. ‘Ik ga alleen nog in zee met partijen die op die manier willen werken.’ Foto: rr
Als we straks geen lampen meer kopen maar licht, en geen wasmachines maar wasuren, is dat te danken aan een Duits-Nederlands koppel: Thomas Rau en Sabine Oberhuber. Ze ontwikkelden een model dat onze economie voorgoed kan veranderen. ‘Alles rouleert, maar op een dag komt het terug in de schappen van de grote bibliotheek die onze aarde is.’

dS Weekblad sprak met ex-duurzaamheidsarchitecten Thomas Rau en Sabine Oberhuber. Het volledige interview leest u zaterdag. Hier vindt u alvast een voorsmaakje.

Thomas Rau, die opgroeide in Duitsland, is dé duurzaamheidsarchitect van Nederland. Hij ontwerpt al bijna twintig jaar gebouwen die meer energie opwekken dan ze verbruiken. Hij kreeg zowat alle groene onderscheidingen die je als architect kunt krijgen. Dat was een grote vergissing, zegt hij nu aan dS Weekblad. ‘Wat heb ik bereikt? Niets! Ik heb foute dingen geoptimaliseerd, zodat ze iets minder fout zijn. Maar er is niets fundamenteel veranderd. De roofbouw op de planeet gaat gewoon door, hij wordt alleen iets langer gerekt.’

Afval scheiden, duurzaam produceren: het is morrelen in de marge, zegt Rau. ‘Sterker: duurzaam is het probleem. Die hele duurzaamheidscultuur verkwanselt ons mentale vermogen. We denken alleen nog over hoe we dingen beter kunnen doen. Maar we leren niet hoe je het fundamenteel ánders aanpakt.’

'Ik wil geen lampen, maar licht'

Het besef sloeg bij de man van de onderscheidingen in als een blikseminslag. Dat gebeurde, meer precies, door uit het raam te kijken op de plek waar zijn vorige kantoorgebouw stond. ‘Ik zag op de stoep een berg afgedankte CV-ketels. Van bewoners die daar ná ons waren neergestreken. Ik dacht: dit moet anders. Toevallig had ik de volgende dag een afspraak met de commercieel directeur van Philips, dat een nieuw lichtplan voor ons zou ontwerpen. Toen hij voor de deur stond, vroeg ik hem zijn dozen met lampen in de wagen te laten. “Ik vrees dat ik u de verkeerde vraag heb gesteld”, zei ik. “Ik wil geen lampen, maar licht. 300 lux, ongeveer 2.000 uur per jaar.”’

De anekdote staat ook beschreven in het boek Material Matters, waarin Rau en zijn vrouw Sabine Oberhuber een alternatief voor de roofbouwmaatschappij voorstellen. De Philips-man zou enkele weken later opnieuw aan de deur staan met een nieuw lichtplan en een leasecontract. Toen Rau opmerkte dat ook de energierekening voor Philips was, werd de lampenman nerveus. Uiteindelijk kwam hij met een voorstel waarbij nog een fractie van het aantal lampen overbleef. Van een nieuw, energiezuiniger model. De energierekening van Rau ­Architecten zou met 54 procent dalen. En voor Philips was een nieuw verdienmodel geboren: Light as a Service.

Voor Rau veranderde toen alles. Hij bestelde geen kantoormeubelen meer maar zituren, geen tapijt maar loopuren. ‘We beseften dat we niet alleen de architectuur van gebouwen moesten veranderen, maar vooral die van onze businessplannen. Dus richtten Sabine en ik Turntoo op. Een nieuw bureau, voor de architectuur van een nieuw economisch systeem. Mijn ultieme doel is de wereld te veranderen.’

Hij zegt het zonder spoor van ironie of arrogantie.

Kennis zorgt niet voor verandering

Rau is geen jongen van de groene garde. Moraliserend met het vingertje wijzen, brengt ons nergens, zegt hij. ‘Kennis is geen incentive voor verandering. Financiële prikkels zijn dat wél. Niemand gooit zijn businessplan om omdat hij denkt dat zijn kleinkinderen er beter van worden. De transformatie van Philips is niet ingegeven door een morele houding tegenover Moeder Aarde. Ze stappen over op het dienstenmodel omdat ze beseffen dat ze er bakken geld mee kunnen verdienen.’

'Ook voor ons was het een leerproces', gaat Rau verder. We kwamen in bedrijven steevast bij de duurzaamheidsman terecht. Dan zit je met het meest revolutionaire gedachtegoed bij degene die niets te zeggen heeft. Dat werd niets, dus gingen we met de ceo praten. Die vindt het allemaal geweldig. Maar hij heeft vaak geen budget, hij is een paus in een witte koets. Tot we doorhadden dat we bij de financiële man moesten zijn. Nu schuiven we met de cfo’s aan tafel. Als die zien hoeveel meer ze op termijn kunnen verdienen met dat servicemodel, gaan ze heel hard vooroplopen.’

'Hoe konden we zo dom zijn?'

Gestaag verovert het circulaire denken terrein. Turntoo zat aan tafel met Philips en Bosch, dat wasbeurten en koeluren verhuurt aan huurders van sociale woningen, maar ook met BMW en Schiphol. Het werkt met interieurbedrijven, overheden en scholen. De Karel De Grote Hogeschool in Antwerpen en Howest in Kortrijk lieten Rau campussen ontwerpen waar het interieur niet meer wordt gekocht, maar gehuurd.

‘Weet je wat een manager van BMW tegen me zei? “De allergrootste fout die we ooit hebben gemaakt, is dat we auto’s hebben verkocht in plaats van mobiliteit. Hoe konden we zo dom zijn?”’

Zaterdag leest u in dS Weekblad het volledige interview met Thomas Rau en Sabine Oberhuber. ‘Je kunt nooit echt eigenaar zijn van iets. Van wie is koper? Daar gaat ons verhaal over. Materiaal kan zich overal bevinden, maar het blijft ultiem wel het eigendom van de grote bibliotheek die onze aarde is.’