Belgische banken investeren in omstreden metaalmijnbouw
Foto: AFP
Banken die actief zijn in België leenden de voorbije vijf jaar 18 miljard euro aan metaal-ontginningsbedrijven. 11.11.11 betreurt die leningen wegens de schendingen van de mensenrechten in de sector.

Twee derde van bij de Verenigde Naties gemelde gevallen van mensenrechtenschendingen gaat over de mijnbouwsector. De helft van de klachten tegen multinationals bij de Oeso gaat over diezelfde sector.

Een reden te meer om voorzichtig te zijn met mijnbouwbedrijven, stellen de ngo’s 11.11.11, Broederlijk Delen en Fairfin in een rapport. Maar dat doen de banken niet. De voorbije vijf jaar leenden de banken die actief zijn in ons land 18,3 miljard dollar (17 miljard euro) uit aan metaalmijnbouwbedrijven. Ze hielpen die bedrijven ook om voor 15 miljard dollar aan geld op te halen, via aandelenuitgiftes en obligaties.

Verboden is dat niet, maar wel bedenkelijk, aldus het rapport. Heel wat andere banken sluiten de onderzochte metaalmijnbouwbedrijven immers uit, onder meer op basis van richtlijnen van de VN. Het gaat om Scandinavische financiële spelers, zoals Nordea, en Nederlandse instellingen zoals Delta Lloyd en Robeco.

‘Controversiële mijnbouwbedrijven’ zijn onder meer BHP Billiton, Rio Tinto en Glencore. Die laatste wordt in het rapport expliciet met de vinger gewezen, omwille van dubieuze praktijken bij de kopermijnen in Peru.

De metaalmijnbouwbedrijven worden niet alleen geweerd wegens hun schendingen van de mensenrechten. Ze zijn ook erg belastend voor het milieu, aldus het rapport. En er is een risico dat smeergeld betaald wordt op opdrachten of concessies te verwerven of te behouden.

BNP Paribas koploper

De ngo’s pleiten niet voor een volledige desinvestering. De metalen zijn immers nodig voor windmolens en zonne-energie, en voor gezondheidszorg, mobiliteit en elektronische communicatie. De ngo’s roepen de banken wel op om hun criteria aan te scherpen. Ze stippen aan dat de banken op papier wel voorwaarden opleggen, maar toch blijven lenen aan ‘problematische bedrijven’.

Uit het onderzoek blijkt BNP Paribas de koploper in ons land, met 18,2 miljard dollar aan leningen en aandelen- en obligatieuitgiftes. Deutsche Bank en ING volgen op plaats twee en drie. Bij de andere banken zijn de investeringen en financieringen beperkt.

Volgens ING wordt elk project gescreend op milieu- en mensenrechteneisen. De bank heeft ook richtlijnen voor investeringen in mijn- en metaalbouw.