Rubenshuis krijgt Van Dyck en Jordaens bij
Foto: © KIK-IRPA, Brussel

Via een schenking aan de Koning Boudewijnstichting blijven twee topstukken van Vlaamse kunstenaars in eigen land. De werken komen uit de privécollectie van mevrouw Generet, die ze vorig jaar schonk. Ze zijn vanaf zaterdag te zien op de stand van de stichting op de kunstbeurs Brafa.

Het schilderij van Anthony Van Dyck is 'De apostel Mattheüs'. Het komt uit een reeks portretten van apostelen die Van Dyck tussen 1618 en 1620 schilderde. De schilder was toen rond de twintig jaar.

Het gaat om een stuk uit de 'Böhlerreeks', genoemd naar de Duitse kunsthandelaar Julius Böhler. Hij verwierf de reeks in 1914 uit een Italiaanse privé-verzameling. Nadien verkocht hij de werken aan verschillende musea en particulieren. 'De apostel Mattheüs' is het enige werk uit de reeks dat terugkeerde naar België.

Het werk van Jacob Jordaens is een zelfportret, een olie op doek dat dateert van midden de zeventiende eeuw. Het is een atelierrepliek die door de meester zelf werd bijgewerkt. Het origineel hangt in Neuburg an der Donau.

De twee schilderijen zijn van 21 tot 29 januari te zien op de kunstbeurs Brafa. Nadien worden ze overgebracht naar het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) waar ze wetenschappelijk onderzocht worden. Op termijn gaan ze deel uitmaken van de collectie van het Rubenshuis.