Elk jaar zet België een 5000-tal vreemdelingen gedwongen op het vliegtuig. Een heel aantal van hen met een politie-escorte. Het is het sluitstuk van ons asiel- en migratiebeleid. Maar hoe verloopt zo'n repatriëring precies? Hoe gaat het er op de luchthaven aan toe? Wat gebeurt er op het vliegtuig? Daar is heel weinig informatie over bekend. Ngo's worden op de luchthaven niet toegelaten. Zelfs het federaal migratiecentrum Myria tast in het duister. Het gedwongen terugkeerbeleid is één grote black box. En dat roept allerlei vragen op.

De Standaard wilde een antwoord op die vragen en klopte daarvoor aan bij de Algemene Inspectie van de federale en lokale politie (AIG). Die doet elk jaar een honderdtal inspecties om te zien of alles wel volgens de regels gebeurt. Daar zijn verslagen van. Maar die zijn nooit openbaar gemaakt.

 

In augustus 2013 vroegen wij op basis van de Wet Openbaarheid van Bestuur een eerste keer aan de minister van Binnenlandse Zaken om de verslagen 'over de voorbije drie jaar' te ontvangen. Dat was nog Joëlle Milquet (CDH). Zij weigerde om 'evidente redenen van privacy en beroepsgeheim' om de verslagen openbaar te maken, omdat in die verslagen 'identiteitsgegevens, politionele informatie en al dan niet strafrechtelijke inbreuken' stonden. Op een nieuwe, verder gemotiveerde vraag gaf de minister geen antwoord meer, ook niet na een vraag tot heroverweging. Het betekende de start van een procedure die twee jaar heeft geduurd en ons via de beroepscommissie voor de toegang tot bestuursdocumenten tot bij de Raad van State heeft gebracht.

 

Op 26 april 2016 besliste de Raad van State om de impliciete weigeringsbeslissing van de minister van Binnenlandse Zaken te vernietigen. De argumenten van de minister (intussen overgenomen door Jan Jambon, N-VA) werden een voor een van tafel geveegd.

Volgens de Raad kon onze redactie zonder de openbaarmaking van de verslagen niet 'op een doortastende wijze' aan nieuwsgaring en opinievorming doen 'in het kader van haar opdracht omtrent de gedwongen repatriëring van vreemdelingen te berichten en een standpunt hieromtrent in te nemen'. De minister toonde ook niet aan dat de verslagen deel uitmaakten van een strafdossier. Tot slot benadrukte de auditeur bij de Raad dat de minister onze vraag zelfs 'op geen enkel ogenblik' ernstig heeft onderzocht en zich 'volledig in stilzwijgen' heeft gehuld.

De minister werd veroordeeld tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro. Na het arrest bezorgde minister Jan Jambon ons de geanonimiseerde inspectieverslagen van 2011 (slechts enkele), 2012 en 2013. Pas toen we de minister erop attent maakten dat het niet eerlijk was om ons alleen oude verslagen te bezorgen, omdat hij zelf drie jaar heeft dwarsgelegen, kregen we in september ook de geanonimiseerde inspectieverslagen van 2014, 2015 en 2016 (tot en met augustus). Op de vraag nog enkele incidentenverslagen uit 2015 te bezorgen, is opnieuw geen antwoord gekomen.

De Standaard is daarom opnieuw naar de beroepscommissie gestapt.