Dag van de waarheid voor sociale partners
Archiefbeeld Foto: Belga

Vakbonden en werkgevers zijn woensdag om 15.00 uur gestart met wat finaal overleg over een nieuw loonakkoord moet worden. Al temperde ACV-voorzitter Marc Leemans direct te hoge verwachtingen. ‘Er is nog heel veel werk’, aldus de ACV-er bij aankomst.

De sociale partners, verenigd in de Groep van Tien, onderhandelen vandaag tot de finish over een loonakkoord voor de komende twee jaar. Voor het eerst ligt een loonopslag van meer dan 1 procent op tafel. De werkgevers toonden zich bij aanvang optimistisch. Zo had Unizo-gedelegeerd bestuurder Karel Van Eetvelt goede hoop op een akkoord. ‘Anders zou ik hier niet zijn.’

Ingeval van witte rook staat voor het eerst in jaren de deur open voor een interprofessioneel akkoord waar iedereen zich achter schaart. De voorbije jaren werd veel onderhandeld, maar kwam er op het eind altijd wel een kink in de kabel, omdat de vakbonden de overeenkomst afschoten. Vandaag lijken de werkgevers, maar meer nog de vakbonden, te snakken naar een loonakkoord.

1,2 procent

Het voorlopige loonkostenrapport van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven geeft aan dat er de komende twee jaar een marge van 0,9 tot 1,2 procent is om de lonen te verhogen (boven op de automatische loonindexering).

De vakbonden, vooral de christelijke, waren tot nog toe onwrikbaar over de loonopslag: 1,2 procent was en bleef de eis. Na overleg gisteren ziet het ernaar uit dat de voormannen de boodschap hebben meegekregen er ‘het maximum uit te halen’, zonder zich vast te pinnen op cijfers. De werkgevers vinden het na berichten van het Planbureau over hogere inflatieverwachtingen niet meer dan logisch om de loonopslag wat af te zwakken. Want hogere inflatie wordt via de loonindexering al doorgerekend.

Het is voor het eerst sinds 2010 dat de sociale partners onderhandelen over een loonmarge van meer dan een procent. In 2010 bedroeg ze 0,3 procent, in 2012 besloot de regering dat er geen marge was en twee jaar geleden ging het om 0,8 procent.

Ondanks die grotere loonmarge stelden de vakbonden zich zeer stroef op. Het zat hen dwars dat de regering-Michel de loonwet uit 1996 heeft herzien. Zonder die herziening was de loonmarge veel groter geweest.

Mislukt

Als het loonoverleg mislukt, leggen werkgevers en (vooral) vakbonden hun lot in handen van de regering. En daar zijn de bonden zeer beducht voor. De teneur is dat de werknemers ‘geen fluit te verwachten hebben van de huidige regering’.

En Kris Peeters (CD&V) stelde hen niet echt gerust. ‘Als de regering het zelf moet doen, is niet duidelijk wat het resultaat wordt’, zei de minister van Werk, die een ‘warme oproep’ deed aan de Groep van Tien om ‘zich maximaal in te zetten om tot een akkoord te komen’. En het liefst deze week.

Dat zou een goede zaak zijn voor iedereen. Voor vakbonden en werkgevers omdat ze zo bewijzen dat het sociaal overleg nog werkt. Voor de regering omdat de kansen op sociale rust veel groter zijn met een interprofessioneel akkoord.