Abou Jahjah: 'Ontslagen omdat ik opkwam voor onderdrukt volk'
Dyab Abou Jahjah Foto: Fred Debrock
Dyab Abou Jahjah heeft gereageerd op de stopzetting van zijn column bij De Standaard, nadat hij in de nasleep van de aanslag waarbij een man met een vrachtwagen inreed op Israëlische soldaten de Palestijnse onafhankelijkheid 'noodzakelijk' noemde. 'Ik wist dat deze dag zou komen.'

Gisteren kwamen vier mensen om toen een Palestijnse man met een vrachtwagen inreed op een groep Israëlische soldaten in Jeruzalem. Volgens Israëlisch premier Netanyahu werd de man geïnspireerd door terreurorganisatie Islamitische Staat. Gisteravond laat stelde Dyab Abou Jahjah  op zijn Facebook-pagina dat de bevrijding van Palestina 'by any means necessary' (noodzakelijk, red.) is. Enkele uren later voegde hij eraan toe dat 'een aanval op soldaten in bezet gebied geen terrorisme is, maar verzet'.

Abou Jahjah schreef de voorbije drie jaar ook columns voor De Standaard. Daar komt nu een einde aan. 'Met zijn uitspraak plaatst Abou Jahjah zich buiten de grenzen van het publieke debat dat De Standaard op haar eigen platformen wil voeren', verklaarde hoofdredacteur Karel Verhoeven.

Abou Jahjah: 'Blijf trouw aan mijn principes'

'Ik wist dat deze dag zou komen', schrijft Abou Jahjah op Twitter. 'Ik ben bereid deze prijs te betalen. Ik blijf trouw aan mijn principes en aan rechtvaardigheid in deze wereld.'

Abou Jahjah stelt zelf dat zijn column werd stopgezet omdat hij 'opkwam voor de rechten van een onderdrukt volk om zich te verzetten tegen de bezetting'. 'Dat definieert ons', schrijft hij daarover, met de hashtag #FreePalestine.

 

Francken: 'Verheerlijking van IS-terreur'

De uitspraak van Jahjah werd ook veroordeeld door staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken  (N-VA) in een reeks tweets. 'IS-terreur verheerlijken, als het maar tegen Israël is, is alles goed.'

Volgens een artikel op de website van het tijdschrift Joods Actueel 'reageert de joodse gemeenschap in ons land vol ongeloof en met afschuw op de woorden van Abou Jahjah'. 'In de Joodse gemeenschap is dit hét gespreksonderwerp van de dag. Mensen in de gemeenschap zijn bezorgd en delen het Facebookbericht van Abou Jahjah en de vele steunbetuigingen aan de terrorist. Het goedpraten van dergelijke aanslagen verhoogt het dreigingsniveau bij ons.'

Abou Jahjah: 'Recht op verzet vastgelegd in internationaal recht'

'Ik vind dat mijn uitspraken gerechtvaardigd zijn', stelde Abou Jahjah eerder in een reactie op zijn website. 'De chauffeur van de vrachtwagen was een Palestijnse burger die onder bezetting leeft en die soldaten in uniform van de bezettende macht aanviel. Los van zijn ideologische strekking en los van zijn lidmaatschap van welke organisatie dan ook, mag elke Palestijnse burger en elke burger waar dan ook in de wereld die leeft onder een illegale militaire bezetting, zich daartegen verzetten. Dat recht is vastgelegd in het internationaal recht en in de conventie van Genève.'

'Als het recht op verzet niet meer erkend wordt, zijn alle mensen die zich doorheen de geschiedenis verzetten tegen een bezetting, criminelen', gaat Abou Jahjah verder. 'Mensen moeten de bezetting dan gewoon maar ondergaan, die aanvaarden en wachten tot de bezetter van gedachten verandert en vreedzaam vertrekt.'

Ten slotte ontkent Abou Jahjah dat hij het gebruik van geweld goedkeurt. 'Geweld is niet goed, maar geweld in de vorm van zelfverdediging is soms onvermijdelijk. Zeker als andere oplossingen door de bezetter worden gedwarsboomd. Bovendien is de bezetting het echte geweld.  De bezetting is een vorm van georganiseerd, structureel en terugkerend geweld waar het Palestijnse volk sinds 1948 (na de Israëlisch-Palestijnse oorlog, red.) onder lijdt.'