Vinger opsteken in de klas? Passé
Een beeld dat best verdwijnt. Foto: Belga
Je vinger opsteken wanneer je het antwoord op een vraag weet? Volledig passé. ‘Die stereotiepe vorm van lesgeven groeit er helemaal uit’, zegt topman Lieven Boeve van het katholiek onderwijs.

Iedereen is ermee opgegroeid op school. De leerkracht stelt een vraag. De slimsten steken hun vinger hoog in de lucht. Wie aangewezen wordt, mag antwoorden. Maar werkt die methode nog? Helemaal niet. ‘Het is een stereotiepe vorm van lesgeven, die er aan het uitgroeien is’, zegt de topman van het katholiek onderwijs, Lieven Boeve. ‘Op die manier worden alleen de beteren bij de les betrokken.’

Uit nieuw onderzoek van Jean-Claude Croizet en Sébastien Goudeau, psychologen aan de Franse universiteit van Poitiers, blijkt zelfs dat het vingertje opsteken de sociale ongelijkheid vergroot. De wetenschappers voerden een experiment uit in het vijfde en zesde leerjaar. Bijna duizend leerlingen verdeelden ze in twee groepen: eentje waar de hand moest opgestoken worden, een andere waar de kinderen niet mochten tonen dat ze de antwoorden wisten.

Niet meer tijdens stage

Wat bleek? Leerlingen uit de arbeidersklasse die hun vinger niet moesten opsteken, scoorden opvallend beter dan hun collega’s uit hetzelfde milieu die dat wel moesten doen. Terwijl de kinderen uit de middenklasse die hun hand mochten tonen, beter scoorden. ‘Eerder onderzoek van de Engelse onderwijsprofessor Dylan Wiliam toonde aan dat kinderen meer vooruitgang boeken als ze hun vinger niet moeten opsteken’, zegt pedagoog Pedro De Bruyckere.

In ons onderwijs wordt daar meer dan ooit rekening mee gehouden. De Bruyckere, die doceert aan de lerarenopleiding in de Arteveldehogeschool in Gent, vraagt zijn studenten zelfs om tijdens hun stage niet meer dat ouderwetse systeem te gebruiken.

‘Het beeld van de strenge leerkracht die vraagt te luisteren en te antwoorden wanneer het hem of haar past, is passé’, zegt de woordvoerster van het gemeenschapsonderwijs (GO), Sarina Simenon. Vandaag is er veel meer interactie tussen leerkrachten en leerlingen. ‘Lesgeven is meer coachen en ondersteunen geworden.’

‘Er wordt meer in groepjes gewerkt’, zegt Boeve. ‘We experimenteren ook met twee leerkrachten voor de klas waarbij de ene zich bezighoudt met zijn vak, en de andere kan begeleiden. Dat vingertje zal op de duur verdwijnen.’