Vlamingen winnen Groot Dictee der Nederlandse Taal
Kristien Bonneure en Marco Sanders. Foto: Men at Work / VRT

Vlaanderen heeft zaterdag de 27ste editie van Het Groot Dictee der Nederlandse Taal gewonnen. Marco Sanders, een Nederlandse freelance tekstschrijver die al tien jaar in België woont en daarom voor Vlaanderen speelde, won het finalespel.

In het eerste deel van het dictee deed Vlaanderen het gemiddeld beter dan Nederland. De Vlaamse prominenten haalden een gemiddelde van 21 fouten, tegenover 25 fouten bij de Nederlandse prominenten. Bij de gewone deelnemers scoorde Vlaanderen een gemiddelde van twaalf fouten en Nederland vijftien fouten.

Individueel deed Nederland het dan weer beter, zowel bij de prominenten als bij de lezers van De Morgen en de Volkskrant. De Nederlander Roberto La Rocca scoorde het best met nauwelijks zes fouten. De Morgen-lezer Marco Sanders maakte zeven fouten.

Verengelsing

Bij de prominenten was de Nederlandse auteur Gustaaf Peek de sterkste speller met twaalf fouten. Radiojournaliste Kristien Bonneure scoorde het best aan Vlaamse zijde met dertien fouten.

Na het dictee volgde het finalespel. Daarin zorgden Bonneure en Sanders uiteindelijk toch voor een Vlaamse zege. ‘Marco Sanders speelde zijn oranje tegenspelers naar huis met een onberispelijke spelling van ‘balalaikaspeelster’‘, aldus VRT-zender Canvas in een mededeling.

Het dictee werd dit jaar geschreven door de Nederlandse auteur A. F. Th. van der Heijden. In zijn tekst hekelde hij de verengelsing van het Nederlands.

Kladderadatsch

Voor wie zelf ook nog een poging wil wagen, is hier de integrale tekst:

'Geen kladderadatsch, maar wat een gebakkelei over het Engels als academische voertaal en de virulente impact daarvan op de landstaal. Hier faalt elke conciliatie middels getoost met krambamboeli. Complicerende factor: de impardonnabele dociliteit van de Taalunie, toch gesubsidieerd om het Nederlands te protegeren, niet te abhorreren.

Men kan ook de hyperboreeërs op het perfide Albion ervan verdenken dat ze hun anorectische koloniale ambities willen revitaliseren door het idioom van de overzeese buren te infiltreren. Met anglicismen als boobytraps wordt alsnog een talig Angelsaksisch Gemenebest gecreëerd.

De vicedecaan van de bètafaculteit moge zonder restrictie voor verengelsing zijn, schrijver dezes is mordicus tegen. Als de Taalunie het Nederlands aan excavatie blootstelt, dan zal ik deze vijfde colonne attaqueren teneinde onze prachttaal voor dysthymie te behoeden.

De voorstanders bewieroken hypocriet deze internationalisering, onderwijl subcutaan blakend van commercialiteit. Het resultaat is hooguit een hybridisch Dunglish - glossolalie zonder zweem van religieuze extase.

Mijn gastheren zullen hierna wel een Groot Dictee in tot lingua franca geüpgraded steenkolenengels bestellen, riskerend dat tegenstanders van fossiele brandstoffen voor de Eerste Kamer komen demonstreren ten faveure van windturbines en fotovoltaïsche cellen.

Onze gevioleerde moerstaal kan nog qaly's winnen via een didactisch angehauchte opiniepeiler die alle korte ei's door lange wil remplaceren, daarmee zelf enigmatisch metamorfoserend tot stuttende pijler van een mening. Aldus kan ten langen leste de te steile helling naar een uitgebeende nationale stijl geslecht worden.'