‘Ik heb meer geleerd in de cellen van Assad dan aan de universiteit van Aleppo’
Foto: Jimmy Kets
Zestien jaar en veertien dagen, zo lang zat Yassin al-Haj Saleh in de gevangenis van vader Assad. Maar de Syrische auteur is geen gebroken man. Ook niet nu zijn vrouw en zijn broer al drie jaar verdwenen zijn, gekidnapt door radicale islamisten. Zelfs niet nu Aleppo in puin ligt. ‘In de cel ben ik immuun geworden voor wanhoop', zegt hij aan dS Weekblad

Vorige week was de Syrische schrijver Yassin al-Haj in Brussel, om er te spreken over het conflict in zijn vaderland. dS Weekblad was erbij, en sprak met de man die wel eens 'het geweten van de Syrische revolutie' wordt genoemd. Hieronder alvast een voorsmaakje van het interview dat zaterdag verschijnt.

Het interview zit er eigenlijk al op. De 55-jarige Saleh moet binnen twee minuten het podium op – de Syrische schrijver is hier op uitnodiging van de European  Endowment for Democracy. Terwijl de bommen ongenadig neerdalen in Aleppo, de stad waar hij ooit geneeskunde studeerde, komt hij aandacht vragen voor de enige partij in het conflict die consequent uit het oog verloren wordt: de Syrische bevolking. Maar eerst wil hij nog één ding kwijt.

‘Ik merkte het voorbije uur dat jullie verwachten dat ik een antwoord heb op alle vragen’, zegt Saleh, al in de deuropening. ‘Dat maak ik vaak mee, dat men ervan uitgaat dat ik het – als Syrisch intellectueel – allemaal weet. Maar het is steeds moeilijker te verklaren wat er aan het front gebeurt. In mijn land speelt zich geen burgeroorlog meer af. Het is een complex internationaal conflict geworden, er zijn tientallen landen betrokken.’ Hij heft de handen: ‘Ik weet het antwoord ook niet meer.’

De gevangenis van vader Assad

Saleh is wel een bevoorrecht getuige. Twee weken na de start van de Syrische revolutie, op 30 maart 2011, dook hij onder in Damascus. De schrijver wilde in de strijd tegen Bashar al-Assad voluit kunnen gaan, zonder zijn woorden te moeten wikken en wegen. Dat kon beter ondergronds. Saleh had de gruwel van de Assads al eens aan den lijve ondervonden. Toen hij 19 jaar oud was, in 1980, werd hij gevangengezet door de getrouwen van Hafez al-Assad, vader van Bashar. Hij kwam pas vrij toen hij 35 was, in 1996.

Het was niet het einde van zijn rampspoed. Omdat het in 2013 te gevaarlijk voor hem werd in zijn eigen land, vluchtte hij naar Istanbul. Daar woont hij nog steeds. Kort na zijn vertrek werd zijn vrouw, Samira Khalil, in Syrië gekidnapt door een radicaal-islamitische groepering. Saleh heeft sindsdien niets meer over haar vernomen. In hetzelfde jaar werd zijn broer Feras van de straat geplukt door de terroristen van IS. Ook van hem ontbreekt tot op vandaag elk spoor.

Toch is Saleh al die tijd actief gebleven. Hij blijft volop schrijven: boeken, essays en opiniestukken, vooral voor Arabische publicaties. Saleh wordt daarom wel eens het ‘geweten’ van de Syrische revolutie genoemd. Hij is een innemende man, met melancholische ogen en een prachtige glimlach, al wordt het steeds moeilijker om die nog te tonen. De afgelopen weken en dagen keek hij met afgrijzen naar wat er in Aleppo aan de gang is.

De onmondige internationale gemeenschap

‘Dit raakt me heel erg diep’, vertelt hij. ‘In Aleppo behaalde ik mijn diploma. Ik heb zeven jaar in die stad gewoond. Ik ken de wijken die nu gebombardeerd worden, de mensen die sterven. Verschrikkelijk. Maar dit is meer dan een persoonlijk drama. Voor onze ogen wordt, in real time, een van de oudste steden ter wereld vernietigd. Een van de wiegen van onze beschaving. Nóg erger is de onmondigheid van de internationale gemeenschap. Men blijft wegkijken van dat massale en onuitsprekelijke leed. Daarmee snijdt de mensheid zich diep in het eigen vlees.’

Op welke manier?

‘Eerst werd er één mens gedood. Men negeerde het. Toen werden er tien mensen gedood. Men negeerde het. Vervolgens werden er duizend mensen gedood. Men negeerde het nog steeds. Ondertussen zijn er een half miljoen slachtoffers in Syrië. Dan nog wegkijken lukt alleen als je je gevoeligheid voor menselijk leed uitschakelt. Om die houding te verantwoorden, zijn de verwerpelijkste argumenten aangesleept: die Syriërs zijn achterlijke mensen, allemaal terroristen. Het drama in Aleppo zal de wereld nog decennia achtervolgen.’

U kent veel mensen in Aleppo. Verlangen zij nog naar vrijheid? Of hopen ze vooral dat de oorlog nu eindelijk ophoudt?

‘Moeten ze dan kiezen? Ze verlangen naar het einde van de oorlog én ze willen vrijheid.’

U denkt niet dat er mensen zijn die Assad erbij willen nemen, als de bommen daardoor ophouden?

‘Nee. De grote meerderheid wil van hem af. Zelfs de mensen die ogenschijnlijk loyaal zijn aan Assad, hebben geen respect voor hem. Ook zij willen politieke verandering. En die is alleen mogelijk als de Assad-dynastie verdwijnt. Je moet weten dat Syrië een heel aparte soort dictatuur had: de Assad-clan regeerde het land niet, hij bezat Syrië. En wij, de bevolking, waren de slaven. Hun strategie voor Syrië is duidelijk: het is Assad of niemand. Als hij niet aan de macht kan blijven, mag het land, dat ze al decennia plunderen, van de kaart verdwijnen.’

‘Ik denk dat de Syriërs vooral moe zijn. Ze zien ondertussen geen enkel perspectief op verandering meer. Dit conflict wordt elk jaar erger. 2016 was bloediger dan 2015. En 2015 was bloediger dan 2014. We dalen steeds dieper af in de hel. Maar niemand schiet ons te hulp. De hele wereld heeft ons in de steek gelaten.’

Zaterdag leest u in dS Weekblad het volledige interview met Yassin al-Haj Saleh: ‘De boodschap van het Westen aan de Syrische bevolking is duidelijk: wij vinden onze levens belangrijker dan die van jullie’.