Beestenboel op Sumatra

Na metropolis Jakarta trekken Lisa Habets en haar reisgenoot naar de jungle op Sumatra. Oftewel van het ene uiterste naar het andere.

De vliegreis duurt slechts twee uurtjes, maar dan wacht ons nog een busreis van vier uur naar Bukit Lawang, een klein stadje aan de rand van de jungle. In mijn Lonely Planet las ik al dat de wegen in Sumatra slecht onderhouden zijn en daar is geen woord van gelogen. We verplaatsen ons letterlijk van kuil naar kuil. De wegen in België lijken plots hemels.

Maar de eindbestemming maakt veel goed: we hebben een cottage gehuurd genaamd Villa Paradise. Het blijkt een soort klein bungalowpark met drie cottages, een visvijver en verder heel veel palmbomen en hangmatten. Als je hier niet tot rust komt, dan nergens.

De eerste dagen genieten we vooral van de kalmte en de stilte, die we extra waarderen na twee dagen in druk Jakarta. We fietsen wat rond in de omgeving, bezoeken de night market (eigenlijk meer een soort ouderwetse kermis, waar ik erachter kom dat blikgooien écht niet mijn sterkste punt is), de lokale markt en nogmaals heel veel rijstvelden. En dit alles omringd door rivieren en regenwoud, wat een prachtplek!

Bovendien is Sumatra nog niet zo ontdekt door de toeristen, waardoor we ons echt in authentiek Indonesië bevinden, met locals langs de weg die voor hun huisjes aan het koken of wassen zijn. Desondanks spreekt de meerderheid hier opvallend goed Engels, zelfs de jongste kinderen roepen ons al toe: ‘Hello, where are you from? What’s your name?’ En wanneer we een restaurant binnen lopen en de bediening merkt dat we Nederlands zijn, begint een van de medewerkers spontaan alle coupletten van Alfred Jodokus Kwak te zingen (ik wist niet eens dat het nummer meerdere coupletten had).

Olifanten wassen

Na een paar dagen relaxen en rondfietsen, gaan we naar beschermd gebied Tangkahan. Aan het einde van de jaren negentig besloot een groep ecologen om iets te doen tegen de boskap vanwege de palmolie in dit ongerepte stuk natuur en gewapend met machetes en olifanten beschermden ze het regenwoud.

Beestenboel op Sumatra

Uiteindelijk is het ze gelukt om Tangkahan door de overheid tot beschermd gebied te laten verklaren. Dankzij hen leven hier nu nog altijd verschillende soorten apen en natuurlijk: olifanten. Hier staat het gebied bij toeristen dan ook vooral om bekend, iedere dag om 15.30 uur kun je de olifanten namelijk helpen bij hun dagelijkse baadsessie. Je kunt ook op de olifanten rijden, maar uit diervriendelijke overwegingen doen we dit niet.

De olifanten leven hier niet helemaal in het wild, maar in een grote omheining naast de rivier. Als het baddertijd is, worden de hekken geopend en lopen de olifanten in een rijtje - ze houden met hun slurf elkaars staart vast, zo schattig - zelfstandig naar de rivier. De ‘kleintjes’ worden gelokt met een tros bananen. Ontzettend bijzonder om een rij van die gigantische beesten gewoon voor je langs te zien lopen. Eenmaal in het water gaan ze er lekker bij liggen en kun je er gewoon naast staan en ze met een borsteltje wassen. Heel onwerkelijk om in het water te staan omringd door een kudde olifanten, maar een ervaring om nooit te vergeten.

Jungle book

Alsof we nu nog niet genoeg wildlife hebben gezien, vertrekken we de dag erna op een tweedaagse jungletrekking samen met een ander Nederlands koppel die we eerder hebben ontmoet op Gili Trawangan. Sumatra staat bekend om de Sumatraanse orang-oetans die er nog in het wild leven, deze soort wordt met uitsterven bedreigd. De locals zijn erg begaan met hun natuurschoon en het wild dat er leeft en maken toeristen tijdens de trekkings dan ook bewust van de vele ernstige gevolgen van de boskap.

Beestenboel op Sumatra

Aangezien Bukit Lawang aan de rand van de jungle ligt, hoeven we enkel een brug over te steken om in het regenwoud te belanden. Let the adventure begin! Binnen de eerste honderd meter was het avontuur voor mij echter al bijna gedaan, wanneer er een durian (een soort kokosnoot, maar dan met stekels) van twintig meter hoogte vlak achter me op de grond valt. De jungle is meedogenloos, nu al. Gelukkig kom ik goed weg.

Na een kwartier lopen zien we de eerste langstaart makaken al. Dit zijn heel leuke, kleine nieuwsgierige aapjes die we van dichtbij kunnen bekijken. En een half uur lopen later is het dan zover, we zien de eerste twee orang-oetans (moeder met kind) van nog geen drie meter afstand. Wauw, wat bijzonder! We zijn allemaal even sprakeloos. De baby slingert in de lianen boven ons, terwijl de moeder op de grond tussen de struiken zit. De manier waarop ze bewegen en naar ons terug kijken is zo menselijk, fantastisch om te zien. Maar na een poosje vindt moederaap het wel weer genoeg geweest en stapt abrupt uit de bosjes en beweegt zich richting ons. ‘Watch out, step back, step back!’, waarschuwt gids Ricky ons. Op zo’n moment word je je toch weer even bewust dat het een wild beest is waar je naar kijkt, daar wil je geen ruzie mee. We lopen verder.

Vanwege het regenseizoen zijn de paden - voor zover er paden zijn - modderig en glad. Bovendien is de klim soms behoorlijk stijl. We wanen ons allemaal even Mowgli uit Jungle Book. Onderweg komen we nog meerdere orang-oetans tegen. Onder andere Mina, deze aap staat bij de gidsen bekend als agressief, ondanks dat ze al de leeftijd heeft van een bejaard omaatje. In het verleden heeft ze een van de gidsen al eens gebeten, wij blijven dus op veilige afstand en lopen met een bocht om haar heen terwijl Ricky haar afleidt met fruit.

Beestenboel op Sumatra

Ook komen we Jacky met kind tegen, Jacky is volgens de gidsen de knuffelaap van Bukit Lawang. Ricky herkent haar al van verre en zegt dat we rustig kunnen blijven staan wanneer ze ons tegemoet loopt. Toch best spannend om zo’n groot beest op je af te zien lopen, vooral wanneer ze bij aankomst meteen Ronald zijn arm vastpakt en niet meer loslaat. Maar volgens de gids is dit oké, hij voert haar wat fruit en ze blijft rustig tussen ons in zitten. Maar wanneer het baby-aapje dat op haar schouder zit, speels in Ronald zijn arm begint te bijten, is het wel weer genoeg geweest. Jacky heeft blijkbaar ook genoeg gegeten, plots staat ze op en klimt terug de bomen in.

Beestenboel op Sumatra

Uiteindelijk bereiken we na zeven uur lopen het kamp aan de rivier, hier zullen we overnachten. De tenten staan al klaar, daarnaast zijn er geïmproviseerde keukentjes waar de gidsen de maaltijden bereiden. Ook de flessen Bintang liggen al te koelen in de rivier. Een paar uur later krijgen we een topmaaltijd geserveerd: rijst, groentencurry, tempeh, kip rendang, perkedel (aardappelkroketjes op z’n Indo’s) en kroepoek. Wat een luxe! Na wat drankjes en spelletjes bij kaarslicht is het tijd om te gaan slapen.

Beestenboel op Sumatra

’s Ochtends worden we gewekt door aapjes die op het dak van de tent springen. Wat een prachtige plek om wakker te worden, aan de stromende rivier met de zon die opkomt. Ricky heeft al koffie en thee gezet, helaas wordt de suiker voor onze ogen gejat door een brutaal aapje die daarna tevreden het hele bakje leeg eet op een rots. Dat kan alleen hier.

Na het ontbijt gaan we nog een stukje hiken naar een waterval waar we kunnen zwemmen en waar de gids kroontjes van bladeren à la Tarzan en Jane voor ons maakt. Daarna is het tijd om weer te gaan. Maar deze keer wandelen we niet terug naar Bukit Lawang, maar gaan we al raftend in aan elkaar geknoopte banden door de rivier. Vanaf het water de ons omringende en immense jungle aanschouwen: dit is de perfecte afsluiter.