Dorpelingen willen wel meer volk maar niet meer huizen
Foto: Fred Debrock
Gemeentebesturen moeten vooral inzetten op meer open ruimte, vinden plattelandsbewoners. Hoogbouw en meer huizen in het dorp wijzen ze af. Hoe dat valt te rijmen met meer inwijkelingen is onduidelijk.

Niet alleen stedelingen smeken om meer open ruimte, ook plattelandsbewoners vinden dat het belangrijkste objectief voor elk gemeentebestuur. Meer zelfs dan openbaar vervoer, winkels, veiligheid, ruimte voor vrije tijd en ontspanning. Dat blijkt uit de Dorpsenquête die de Vlaamse vormingsvereniging Landelijke Gilden uitvoerde bij 1.000 dorpelingen. 

Maar de vraag naar meer open ruimte betekent niet dat dorpsbewoners dan ook gewonnen zijn voor verdichting en meer woningen in de dorpskern. Iets meer dan de helft van de bewoners wil wel dat er meer mensen in het dorp komen wonen (althans de oudere dorpsbewoners want de jongeren zien dat veel minder zitten), maar dat er in de dorpskern hoger gebouwd wordt, wil maar 30 procent. En slechts 4 procent vindt dat de gemeente werk moet maken van meer woningen in de dorpskern. 

‘Mensen leggen niet de link tussen meer open ruimte en dichter bij elkaar gaan wonen’, zegt Stijn De Roo, adjunct-directeur van Landelijke Gilden. ‘Er is duidelijk sensibilisering nodig, ook bij gemeentebesturen. Verkavelingen waren hét model dat gemeenten altijd gebruikten om extra inwoners aan te trekken. Meer inwoners betekent immers meer inkomsten voor de gemeente. Sommige gemeentebesturen zien nu wel in dat ze hun belangrijkste troef – veel open ruimte – op die manier aan het verspelen zijn. Uit de enquête blijkt wel dat dorpsbewoners hoogbouw niet zien zitten, maar één of twee extra bouwlagen (en dus appartementen met drie of vier verdiepingen) kunnen al veel verschil maken. Net als kleiner bouwen en wonen.’

Uit de enquête blijkt dat slechts een op de tien mensen een fusie met een andere gemeente wil. De meesten (88 procent) vinden wel dat het landelijke karakter van hun dorp bewaard is gebleven. Ze wonen er niet omdat de bouwgrond goedkoop is, wel omdat ze er geboren zijn of omdat er familie woont. En hoewel ze massaal graag in hun dorp wonen, hebben de bewoners niet het gevoel inspraak te hebben in het beleid. Zelfs niet als ze actief zijn in actiecomités of adviesraden. 

‘Daarom organiseren we volgend jaar in twintig dorpen een dorpsatelier’, legt De Roo uit. ’Gedurende drie dagen organiseren we tafelgesprekken waar dorpsbewoners hun ideeën kunnen lanceren over de toekomst van hun dorp en wandelingen om de knelpunten in het dorp in kaart te brengen. Mensen kunnen drie dagen meedoen, maar ook tien minuten. We willen op die manier zo veel mogelijk bewoners bij het gemeentebeleid betrekken.’