Botten leveren bewijs voor kannibalisme bij neanderthalers
Dijbeen gevonden in de grooten van Goyet Foto: rr

Opgravingen in de grotten van Goyet, nabij Namen, bewijzen een ‘eerste geval van kannibalisme bij neanderthalers in Noord-Europa’. Dit stond in het blad ‘Nature’ in juli en werd maandag onder de aandacht gebracht door het Jubelparkmuseum.

Een internationaal onderzoeksteam bewees dat verschillende botten van neanderthalers ook als werktuigen gebruikt werden. De onderzoekers, waaronder twee paleontologen van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, hebben 99 overblijfselen van recentelijk geïdentificeerde neanderthalers onderzocht. Deze werden opgegraven in de 19e en 20e eeuw in de grotten van Goyet en zijn tussen de 45.500 en 40.500 jaar oud. De restanten werden in verschillende Belgische museums geconserveerd.

Verschillende striemen en inkepingen bewijzen dat de neanderthalers in stukken gehakt werden en dat nadien het beenmerg werd verwijderd. De sporen zijn dezelfde als deze die men terugvindt bij gedode dieren.

‘De site van Goyet biedt het eerste ontegensprekelijke bewijs van kannibalisme onder neanderthalers in Noord-Europa’ besluit de studie. De onderzoekers weten niet of de neanderthalers hun soortgenoten in stukken sneden om op te eten of dat het gebruik een rituele functie had.

Kindertand gevonden

Daarnaast werd ook de tand van een neanderthaler-kind geïdentificeerd. De tand maakt deel uit van de vondsten die baron Alfred de Loë (1858-1947) aan het begin van de 20ste eeuw deed bij de opgravingen in de ‘Troisième caverne’ van Goyet in Mozet. De wortel van deze onderste snijtand was niet volgroeid, wat erop wijst dat het kind aan wie de tand toebehoorde, overleed op een leeftijd tussen 6,5 en 12,5 jaar.