Na de biercultuur, de frietcultuur?
Foto: Photo News

Unesco heeft de Belgische biercultuur officieel erkend als immaterieel cultureel erfgoed. Wordt de Belgische frietcultuur de volgende op het prestigieuze lijstje? ‘Het is een natte droom. Maar het ligt niet in de aard van de friturist om te stoefen.’

De Belgische frietcultuur staat op een zucht van de nationale erkenning als immaterieel cultureel erfgoed. Als de Duitstalige Gemeenschap het fenomeen eind dit jaar erkent, pronkt de frietcultuur samen met biercultuur op het lijstje van ‘Belgisch’ immaterieel erfgoed, erkend door de drie gemeenschappen.

‘Er werd neergekeken op frietkoten. Ons land wordt systematisch geassocieerd met degelijke frietjes, maar de overheden mochten best wat meer respect opbrengen voor onze Belgische frietcultuur’, klinkt het bij Bernard Lefèvre, voorzitter van de nationale verenging van frituristen.

Natte droom

Na die erkenning kan een dossier worden ingediend bij de Unesco. ‘Ik sluit dat niet uit. Verre van. Het is een inspirerend dossier’, vindt Lefèvre. ‘Op de lijst van Unesco terechtkomen, dat is de Nobelprijs van de erkenningen. Een natte droom. De frietcultuur is onze manier van leven.’

‘De frietcultuur verschilt ook niet veel van de Belgische bier- of chocoladecultuur’, voegt hij er aan toe. ‘We slagen erin met vakmanschap van buitenlandse producten superieure eindproducten te maken. Er is ook een ruim aanbod en vooral: de producten zijn voor iedereen toegankelijk.’

Twijfel

Maar toch twijfelen de Belgische frituristen. De erkenning van de Belgische biercultuur nam zo’n 6 jaar tijd in beslag, en hebben de frituristen daar wel zin in? De erkenning vereist naast veel tijd ook veel moeite. De gemeenschap masseren. Een stevig dossier. Lobbywerk. ‘Als ik zie hoeveel tijd er gekropen is in de drie dossiers voor de verschillende gemeenschappen, dan twijfelen we’, aldus de voorzitter van de frituristen.

Ook het expertisecentrum dat het dossier begeleidde, bevestigt: ‘Er is nog heel veel werk voor de boeg. Na de eventuele erkenning van Duitstalige Gemeenschap begint het echte werk pas. Daar gaan verschillende jaren over’, vertelt Chantal Bisschop van het Centrum van Agrarische Geschiedenis. ‘En na de erkenning van Unesco is er dan nog eens even veel werk.’

Diepvriespizza

En er loeren ook gevaren om de hoek. ‘De authentieke pizza lijdt enorm onder de miljoenen diepvriespizza’s die wereldwijd worden verkocht. Zonde. Belgische frituristen hebben dus geen baat bij het ontstaan van ‘Belgium ale’-frietkoten in het buitenland.’

‘Tenslotte moeten we misschien ook gewoon bescheiden blijven en de frietcultuur een beetje relativeren. Het ligt niet in de aard van de friturist om te stoefen. Er zijn 5.000 verschillende frietkoten in België. Die identiteit moeten we bewaken om het fenomeen levende te houden.’

Ten vroegste in 2026

En zelfs als de Frietkotraad beslist om een dossier in te dienen, is het verre van zeker dat de Belgische frietcultuur binnen enkele jaren op de lijst van immaterieel cultureel erfgoed komt te staan. Zowel nationaal als internationaal wordt er met een beurtrol gewerkt. ‘Alle landen moeten evenveel kans maken. Dus niet elk land mag elk jaar een voorstel doen. Ons land mag om de twee jaar een dossier indienen’, zegt Bisschop. ‘En er is telkens één gemeenschap of Brussel die een dossier indient. Zo werden bijvoorbeeld ook de garnaalvissers, een Vlaams voorstel, erkend als Unesco Immaterieel Cultureel Erfgoed in 2013.’

Als Brussel of een van de andere gemeenschappen de frietcultuur niet voordraagt, zal de Vlaamse gemeenschap de frietcultuur ten vroegste in 2026 kunnen voordragen, klinkt het op het kabinet van minister van Cultuur Sven Gatz (Open VLD).