Voor Joe Corre, zoon van de voormalige manager van de Sex Pistols Malcolm McLaren en modeontwerpster Vivienne Westwood, was de viering van 40 jaar punk een doorn in het oog. Uit protest tegen wat hij omschreef als een inkapseling van de punkbeweging heeft hij voor vijf miljoen pond aan memorabilia in vlammen doen opgaan.

In Groot-Brittannië wordt dit jaar uitgebreid het begin van de punkhoogdagen herdacht. In 1976 brachten de Sex Pistols de single God Save The Queen uit, en dat wordt nu herdacht. Ook het stadsbestuur van Londen steunt mee de festiviteiten. Dat is een groot contrast met eind jaren ‘70 toen Londen de punkers liever kwijt dan rijk was. Daarmee lijkt de tijd dat punk een echte tegenbeweging was nu helemaal achter de rug.

Voor Corre is het daarom genoeg geweest. ‘Punk was nooit ofte nimmer bedoeld om iets nostalgisch te worden. En je kunt niet leren om hoe er eentje te worden tijdens een workshop in het Museum of London.’

Via zijn ouders kreeg hij een punkcollectie met een geschatte veilingswaarde van 5 miljoen pond in zijn bezit. Die bestond uit onder meer platen, posters en kleding. Die moest er vandaag aan geloven bij een verbranding in de buurt van Albert Bridge in Chelsea, in het westen van de Britse hoofdstad.

Op de boot werden ook poppen uitgedost als David Cameron, Theresa May en George Osborne in opgesteld. Corre waarschuwde de aanwezigen op te treden tegen hypocrisie, en riep op om op te treden tegen de klimaatopwerking. Daarop stak hij alles in brand.

Voor Corre zal het verlies van de verzameling financieel weinig uitmaken. Hij maakte in navolging van zijn moeder carrière in de modewereld, als oprichter van het lingeriemerk Agent Provocateur.