Tsunamigolven van meer dan een meter hebben dinsdagochtend het noordoosten van Japan bereikt, nadat de regio door een aardbeving met magnitude 7.3 getroffen werd. Het tsunamialarm is daarna opgeheven.

De aardbeving vond dinsdag plaats voor de kust van Fukushima om 6 uur lokale tijd (22 uur Belgische tijd). De overheid riep op tot een onmiddellijke evacuatie van duizenden mensen. Het agentschap stelt wel dat andere schokken met dezelfde kracht (ongeveer magnitude 7) waarschijnlijk zijn in de komende zeven dagen.

Golven tot 1,4 meter hoog troffen dinsdagochtend rond 8.00 uur, middernacht in België, de haven van Sendai in het noordoosten van Japan. Dat meldde televisiezender NHK, op gezag van het Meteorologisch Agentschap. In de prefecturen Ibaraki, Iwate en Chiba werden vloedgolven tot 80 centimeter hoog waargenomen.

Ook in Fukushima, waar een aardbeving en een tsunami in 2011 nog een kernsmelting in de kerncentrale veroorzaakte, waren er een uur na de aardbeving vloedgolven tot 90 centimeter.
 

Reactoren stilgelegd

Volgens NHK werd er dinsdag niets abnormaals waargenomen in de kerncentrales. Door de aardbeving stopte volgens uitbater Tokyo Electric wel een systeem voor de koeling van brandstoffen in reactor drie van kerncentrale Fukushima Daini, maar volgens de regulatoren is er geen risico op lekken. Alle reactoren in het gebied zijn stilgelegd.

Fukushima werd in maart 2011 getroffen door een alles verwoestende aardbeving en tsunami. De aardbeving met een kracht van 8.9 op de Schaal van Richter vond plaats voor de kust. Volgens de autoriteiten zijn er officieel 15.884 doden geteld. Ruim 2.000 mensen worden nog altijd vermist. 470.000 mensen moesten worden geëvacueerd.