Gewonden bij protest om pijpleiding in North Dakota
Ordehandhavers Foto: REUTERS

Demonstraties tegen een controversiële oliepijpleiding in North Dakota, dat gepland staat door een gebied waar native Americans wonen, hebben in de nacht van zondag op maandag voor meerdere gewonden gezorgd.

De aanhoudende betogingen tegen de aanleg van een controversiële oliepijpleiding in North Dakota hebben in de nacht van zondag op maandag door het ingrijpen van de politie een gewelddadig karakter gekregen. Bij temperaturen onder nul zetten de ordehandhavers traangas en het waterkanon in en vuurden zij met rubberkogels.

Volgens de organisatoren van de betoging vielen er 167 gewonden, onder wie drie bejaarde autochtone Indianen. Zeven gewonden moesten naar het ziekenhuis overgebracht worden. Het bureau van de sheriff van Morton legt alle schuld bij de demonstranten, die 'rellen' veroorzaakten en brandjes stichtten. Volgens de overheid namen zowat 400 mensen aan de betoging deel. Eén manifestant werd opgepakt.

Sioux-stam
De Sioux-stam van Standing Rock beschouwt de pijpleiding als een bedreiging voor haar waterbronnen en voor heilige plaatsen waar de voorouders zijn begraven. De Sioux hebben president Barack Obama gevraagd om tussenbeide te komen en een onderzoek te openen naar de werken van de ordetroepen op de site. Om de zaak te sussen, had de regering in Washington vorige week een tijdelijke stop van de werkzaamheden bevolen, argumenterend dat eerst ruimte gemaakt moet worden voor analyse en overleg.

Dakota Access Pipeline
Het project van het bedrijf Energy Transfer Partners kent een toenemend aantal tegenstanders over de hele VS. De Indiaanse stammen krijgen steun van milieuactivisten en groepen die de rechten van autochtone volkeren behartigen. De pijpleiding, Dakota Access Pipeline genaamd, moet 1.886 kilometer lang worden, vier Amerikaanse staten doorkruisen en olie transporteren van North Dakota, dat grenst aan Canada, naar het meer zuidelijke Illinois.