Supercourgette verlost je tuin van DDT
Foto: Visions / Reporters
In bijna alle Belgische landbouwgronden en tuinen tref je de insectenverdelger DDT aan. De oplossing? Courgettes die met speciale bacteriën behandeld zijn.

Dat courgetteplantjes een handig hulpmiddel zijn om verontreinigde bodems te saneren, is al langer bekend. Uit onderzoek van Nele Eevers, uitgevoerd aan de Universiteit Hasselt en in de Verenigde Staten, blijkt nu dat het proces tot drie keer sneller gaat, als je de zaadjes behandelt met bepaalde bacteriën. 

De zogenaamde endofytische bacteriën op planten zijn te vergelijken met darmflora bij mensen – ze zijn er van nature aanwezig. Eevers bewees dat drie specifieke soorten de plant helpen groeien. Daardoor konden haar courgettes meer van het giftige restproduct van DDT – een stof ­gekend als DDE – uit de bodem halen. 
In pinguïns

Een groene, alternatieve methode was absoluut welkom. ‘Bij een klassieke bodemsanering moet je alles volledig afgraven en de aarde verbranden. Dat haalt alle leven uit de grond’, zegt Eevers. ‘Je houdt alleen zand over.’ 

De biologische methode is ook economisch rendabel. Want DDE wordt wel opgenomen door de plant, maar komt niet in de vrucht terecht. Het resultaat van Eevers’ veldproef waren 777 piekfijne courgettes, die naar de voedselbanken gingen.

De DDT-vervuiling gaat ver terug. De ontwikkelaar van het spul kreeg er in 1948 een Nobelprijs voor, omdat DDT de malariamug hielp terugdringen. Een nieuw ‘wondermiddel’ was geboren. ‘De generatie van onze grootouders gebruikte het massaal, zowel kleine tuinders als grote boeren. Preiplantjes werden soms in ­pure DDT gezet voor ze te planten’, zegt Eevers.

Pas later kwamen de gevolgen voor mens en milieu aan het licht. De insectenverdelger blijft heel lang  aan de bodem kleven. Volgens toxicoloog Jan Tytgat is hij te vinden in het vet van pinguïns in Antarctica, en in de eieren van bedreigde vogels. Bij mensen werkt langdurige blootstelling hormoonverstorend, met verminderde zaadproductie, vroeggeboortes, doodgeboortes en schildklierproblemen als gevolg. De Wereldgezondheidsorganisatie klasseert de stof als ‘mogelijk kankerverwekkend’.

Werk van lange adem

Vandaag is DDT in de westerse wereld verboden. Maar ook met deze saneringstechniek zijn we er nog niet snel van verlost. In één jaar kan de supercourgette  6 procent van de vervuiling absorberen. Je moet dus bijna 17 jaar onafgebroken courgettes planten voor alles verdwenen is. Eevers wil nu vergelijkbare planten inzetten om andere types vervuiling aan te pakken. Pompoen en tomaten zijn mogelijke kandidaten. 

Ovam, de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij, begon in 2013 al een klein project rond plantaardige bodemsanering. Pionierswerk, maar op termijn hoopt ze dat studiebureaus en professionelen de techniek oppikken. ‘DDT-vervuiling is niet het grootste risico in ons beleidsplan’, zegt Jan Verheyen van Ovam. ‘Dit is een zeer goede techniek, maar wij houden ons vooral bezig met zware industriële vervuiling, minder met landbouwgronden.’