Aantal Belgische gezinnen waarin vrouw deeltijds werkt bij hoogste in Europa

Het aantal gezinnen waarin de man voltijds werkt en de vrouw deeltijds, ligt in ons land bijna dubbel zo hoog als het Europese gemiddelde. In 17 procent van alle gezinnen in ons land waarin minstens een iemand een job heeft, werkt de man voltijds en de vrouw deeltijds. Het gemiddelde voor de Europese Unie bedraagt 9 procent.

Enkel in Nederland en Zwitserland zijn er nog meer gezinnen waarin de man als enige voltijds werkt, met respectievelijk 21 en 18 procent van de gezinnen. België deelt zijn derde plaats met Duitsland, daarna volgen Oostenrijk en Luxemburg, met elk 14 procent. Dat blijkt uit cijfers van Eurofound, de Europese Stichting tot de verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden. 

Het omgekeerde, waarbij de vrouw voltijds en de man deeltijds werkt, is veel minder courant. In slechts 3 procent van de Belgische gezinnen is dat het geval.

'Kortste zwangerschapsverlof, vaderschapsverlof een lachertje'

Volgens Magda De Meyer, voorzitster van de Vrouwenraad, is het Belgische cijfer te verklaren door 'de bijzonder slechte afstemming tussen gezin en arbeid' in ons land. 'Ons zwangerschapsverlof is bij het kortste van Europa, en het vaderschapsverlof is al helemaal een lachertje. Gezinnen moeten dus op zoek naar een individuele oplossing om in de zorg van hun kinderen te voorzien. Dan is het vaak de vrouw die het slechtst betaald wordt, en dus moet zij deeltijds werken', zegt De Meyer.

Ze wijst er ook op dat sectoren waarin vooral vrouwen tewerkgesteld zijn, zoals de zorg, meer deeltijdse jobs aanbieden dan andere sectoren.

De cijfers moeten wel genuanceerd worden. In meer dan de helft (54 procent) van de Belgische gezinnen waarin minstens een iemand werkt, werken beide partners voltijds. In 18 procent van de gezinnen is de man de enige die brood op de plank brengt, tegenover 8 procent vrouwelijke eenverdieners. In deze laatste twee gevallen kan het ook gaan om alleenstaanden.