Cultureel Ubud
Dewi Seraswati (godin Seraswati), godin van de wijsheid en de kunsten

De Gili-eilanden brachten wat de boekjes beloofden: parelwitte stranden, palmbomen en een helderblauwe zee. Maar na een week vertoeven in dit idyllisch paradijs is het tijd voor wat nieuws: we vertrekken naar Ubud.

Ubud is een kunstenaarsdorpje op Bali, omringd door rijstvelden en weelderige jungles. Dit maakt van het stadje, bomvol galerietjes, een bekende toeristische trekpleister. We hebben een guesthouse geboekt iets buiten het centrum, in een prachtig groene omgeving tussen de tempels. Voor twaalf euro per nacht hebben we een mooi traditioneel ingerichte kamer met eigen keuken én een zwembad voor de deur. Hier houden we het wel even vol.

Breakfast is hier not included, maar dat neemt niet weg dat huiseigenaar Kadek ons de volgende ochtend warm welkom heet met verse – jawel – nasi campur! Nasi campur is een typisch Balinees gerecht dat bestaat uit witte rijst met allerlei bijgerechtjes zoals kip, groenten, noten en ei. Niet iets wat ik thuis als ontbijt zou nemen, maar hier met uitzicht op de rijstvelden, smaakt het heerlijk.

Cultureel Ubud
Tegalalang riceterrace, Ubud Foto: Lisa Habets

Naar de dokter

Het eerste wat ons te doen staat, is geen duik in het zwembad nemen, maar een bezoekje brengen aan de dokter. Ik heb nog altijd enorm veel last van alle beten en jeuk, die na een paar dagen niet minder is geworden. Kadek wijst ons de weg naar de dichtstbijzijnde dokter: ‘He very professional!’. Ik heb amper plaatsgenomen op de stoel tegenover hem, of hij ziet al wat er aan de hand is. ‘This is what we call an allergic reaction, I think to the trees.’ Blijkbaar ben ik allergisch voor Indonesische bomen. Tsja.

Hij schrijft me drie soorten medicijnen voor en een zalfje tegen de jeuk en dan moet ik er met twee dagen vanaf zijn. Een van de bijwerkingen is suf- en moeheid, waardoor ik een halve dag voor pampus in bed lig, maar inderdaad, de dag erna is de uitslag als sneeuw voor de zon verdwenen. Halleluja!

Samenkomst van reigers

Nu kan het sightseeing dan echt beginnen. We rijden naar het noorden van Ubud waar we de Campuhan Ridge Walk lopen, een wandeling langs rivieren en rijstvelden. Daarna begeven we ons naar Petulu, een klein dorpje waar naar horen zeggen iedere avond rond 06.00 uur 20.000 reigers zich verzamelen in de bomen. De inwoners geloven dat de reigers de verloren zielen zijn van de duizenden overledenen tijdens de anti-communistische moordpartij in de jaren ’60. Nadat er in 1965 een ceremonie voor de slachtoffers werd gehouden, verschenen de reigers plots in Petulu en sindsdien keren ze iedere avond terug naar diezelfde plaats.

Cultureel Ubud
Heron vogels (reigers) in Petulu Foto: Ronald Jonkman

De reigers wordt een heilige status toegekend, dat nog eens wordt bevestigd door de witte en gele veren van de vogels, dit zijn namelijk heilige hindoekleuren. De Hindoes geloven dat de vogels geluk en welvaart brengen. Van een afstandje lijkt het in eerste instantie of de bomen in bloei staan, maar wanneer je dichterbij komt, kun je duizenden vogels onderscheiden. Ontzettend indrukwekkend. Pas wel op dat er niet op je hoofd gekakt wordt.

Chak-a-chak-a-chak

In mijn Lonely Planet staat dat er weinig dingen zo betoverd zijn als een Balinese dansvoorstelling bijwonen, met name in het culturele hart van Bali: Ubud dus. Als ex-studente theater- en filmwetenschappen ben ik misschien wel extra nieuwsgierig naar deze traditionele performance. We gaan naar een dansvoorstelling dat Kecak wordt genoemd, een van de meest bekende Balinese dansen.

Cultureel Ubud
Mannen zittend op de grond in tempel tijdens dansvoorstelling Kecak Foto: Ronald Jonkman

De Kecak wordt gekenmerkt door een ‘koor’ van mannen en jongens die in een cirkel zitten en in een soort trance raken terwijl ze zingen. Dit orkest van stemmen vormt de complete muzikale begeleiding van de dans die het bekende hindoeïstische verhaal uitbeeldt van prins Rama en prinses Sita. Voor iedere westerling is een typisch Balinese dansvoorstelling denk ik in eerste instantie een wat bevreemdende ervaring. Het is een heel fysieke vorm van performance waarbij de stem en opvallende klanken (‘chak-a-chak-a-chak’) de boventoon voeren. Daarnaast is het geheel erg sterk gericht op spiritualiteit. Men gelooft dat er via trance gecommuniceerd kan worden met de goden. Dit komt niet enkel terug in de Kecak, maar ook in het dagelijks leven tijdens bijvoorbeeld ceremonies.

Eigenlijk wordt het hele leven op Bali gekleurd door deze hindoeïstische geloofsovertuiging wat het eiland echt onderscheid van de andere eilanden waar de bewoners overwegend moslim zijn. Voor ons nuchtere Hollanders niet altijd wat we gewend zijn, maar juist daarom zo mooi.