Fabian Cancellara vreest zwarte gat niet, maar... “ben al vijf kilo bijgekomen”
Foto: BELGA

Fabian Cancellara stelde donderdagmiddag zijn afscheidsboek voor in Antwerpen. De drievoudige winnaar van de Ronde van Vlaanderen oogt nog altijd even scherp, al is hij dat naar eigen zeggen helemaal niet. “Gezichtsbedrog”, lachte hij in het Crown Plaza hotel, “ik ben al ruim vijf à zes kilo bijgekomen sinds de Spelen in Rio.”

In Rio de Janeiro pakte hij zijn tweede olympische titel in het tijdrijden. Blij als een kind was hij toen, sindsdien zat de 35-jarige Zwitser nog amper op de fiets. “Het is schrikken hoor, als je voelt dat je dikker wordt. Ik wil er toch een beetje over waken. Niet dat ik zo scherp moet staan als Sven Nys”, grapte hij. “Maar ik moet er toch een beetje op letten. Eens je sportman af bent, vliegen de kilo’s er snel aan.”

“Meer tijd voor familie”

Schrik voor het zwarte gat heeft Cancellara trouwens niet. “Ik ben sinds Rio met 1001 dingen bezig. Sponsoractiviteiten, fietsbeurzen, gala’s, het houdt niet op. Ik laat de dingen nu wat op me afkomen. Ik vermoed dat het over enkele weken minder druk zal zijn en ik echt plannen kan maken of dingen kan concretiseren. Wat? Daarover wil ik nog niet uitweiden, meer daarover zal wel bekend geraken. Wat ik zeker wel al zal doen, is opnieuw studeren.”

“Sportmarketing, geen volledige opleiding, ik kan al terugvallen op mijn ervaring als renner zelf, maar wil toch enkele vakken volgen. Het is een kant van de sport die me fascineert en waar ik nog dingen over wil bijleren. En natuurlijk, in de eerste plaats wil ik meer tijd vrijmaken voor mijn familie, mijn vrienden. De dingen niet meer laten gebeuren, maar mijn agenda meer zelf in handen nemen. Na 16 jaar wielrennen op een hoog niveau, in een team, verdien ik wel wat vrijheid.”

“Antwerpen is toch ver van de Vlaamse Ardennen”

Cancellara, momenteel verblijvend in Antwerpen, werd ook even gepolst naar de verhuis van de start van de Ronde van Vlaanderen in 2017 naar de stad van Bart De Wever. Hij keek even naar buiten, vanuit de zaal op de 16de verdieping, en maakte er zich aanvankelijk vanaf met een grapje. “We zitten hier toch vrij ver van de hellingen uit de Vlaamse Ardennen.”

“Neen, serieus. Ik ben in principe iemand die nogal van tradities houdt in het wielrennen, niet veranderen om te veranderen, maar ik begrijp ook wel dat er economische belangen hun rol spelen. Anderzijds het hart van het wielrennen in Vlaanderen ligt in de Vlaamse Ardennen, in Oost- en West-Vlaanderen, de start in Brugge was uniek, emotioneel ook iedere keer. Tegelijkertijd was ik ook bij de Tourstart in Antwerpen, kregen we er een warm welkom en ook de start van de Scheldeprijs is altijd fijn, je moet de dingen hun kans geven, maar eerlijk: ik geef de voorkeur aan Brugge.”