Hippiedorpjes en zelfgemaakte armbandjes
Zicht op de Gili-eilanden. Foto: Ronald Jonkman

Na haar avontuur op Rinjani Mountain heeft Lisa Habets vooral behoefte aan rust. En waar kan je beter chillen dan bij surfers? Daar ontmoet ze een stel kleine volhoudertjes.

Na de trekking door de Rinjani Mountain hebben we vooral heel veel behoefte aan rust. En een lekker bed. We reizen door naar Kuta in Lombok en blijven daar uiteindelijk vijf dagen. Kuta is een echt laid back surfersdorpje aan zee dat bol staat van de hippe surfwinkeltjes, hostels en café’s. Iedereen laat zijn haar hier wild groeien en zit aan de kant van de weg met een sigaret in de hand en reggeamuziek uit de speakers. Bij verschillende spacecafé’s worden zogenaamde ‘magic mushrooms’ verkocht.

Het hele dorp doet een beetje denken aan een groot festivalterrein. Iedereen rijdt op scooters met hun boards achterop naar zee. Ook al zijn wij geen surfers, we willen er toch een klein beetje bij horen, dus huren we een scooter om rond te touren. Op een halfuurtje afstand moet een prachtig strand liggen, maar onze oriëntatie laat te wensen over en uiteindelijk belandden we niet aan de kust, maar in het noorden van Kuta bij het vliegveld.

Een beetje jammer, maar de scooterrit op zich was al de moeite waard. Scooters, auto’s en volgeladen bussen rijden hier allemaal willekeurig op de tweebaanswegen, zonder maximumsnelheid of voorkeur voor links of rechts. Je voelt je al snel een echte local als je je tussen dit verkeersgeweld bevindt.

‘3 bracelets, 1 for free’

Wanneer we ongedeerd zijn teruggekeerd van onze poging tot strand, gaan we ergens wat eten. Deze keer geen rijst, maar pizza! Kuta Lombok is wat dat betreft behoorlijk ingesteld op westerse toeristen en behalve local food kun je hier ook zowaar burgers, Mexicaans of Italiaans eten.

Tijdens het eten worden we continu aangesproken door een groepje kinderen van zo’n vijf tot negen jaar oud die zelfgemaakte armbandjes proberen te verkopen. Dit toont meteen de andere zijde van dit op het eerste gezicht onbezorgde hippiedorpje: de inwoners zijn arm en wonen over het algemeen in vervallen hutjes aan de kant van de weg. De kindjes met de armbandjes weten dan ook precies wat ze moeten zeggen, wanneer ze zielig moeten kijken en wanneer ze hun armen om zich heen moeten slaan alsof ze het koud hebben.

Je moet toch wel een hart van steen hebben als je het stiekem niet enigszins moeilijk vindt om de armbandjes te weigeren.

Altijd van iedereen iets kopen is daarentegen ook geen optie, tenzij ik aan het einde van mijn reis beide armen van boven tot onder vol wil hebben hangen en honderd sarongs mee wil sjouwen. Wanneer we dezelfde groep kids even later weer tegenkomen op het strand, gaan ze wel gezellig mee zwemmen. Ze hebben de grootste lol als ze me Indonesische woorden proberen te leren – die ik zeker en vast verkeerd uitspreek – en als ik hen Nederlandse woorden leer. Maar het zijn echte volhoudertjes, wanneer ik uit het water ga hoor ik achter me: ‘Lisa, Lisa, buy bracelets, please.’ Op de terugweg naar ons hotel kan ik niet anders dan me afvragen waar en hoe die kindjes vannacht zullen slapen.