‘Terro-speurders zijn aangeschoten wild’
Catherine De Bolle Foto: Belga

Na de aanslagen in Zaventem en metrostation Maalbeek werd vooral naar de federale politie gekeken: hadden hun speurders dit kunnen voorkomen? ‘De rechercheurs hebben enorm veel stress door wat er is gebeurd’, zegt commissaris-generaal Catherine De Bolle in de parlementaire onderzoekscommissie naar de aanslagen.

De terreurspeurders van de Brusselse federale gerechtelijke politie, die het onderzoek voeren naar de terreurgroep van Parijs en Brussel, zijn sinds het voorjaar zélf voorwerp van een onderzoek. Het Comité P bekijkt welke informatie zij hadden over de daders van de aanslagen, onder wie Salah Abdeslam en Mohamed Abrini, en of de politie daar geen steken heeft laten vallen.

Volgens commissaris-generaal De Bolle leidt die doorlichting van het Comité P tot grote druk bij OA3, de afdeling van de Brusselse politie die werkt rond terrorisme.

‘Zeer belastend’

‘De stress bij die mensen beperkt zich niet tot de druk die komt kijken bij onderzoeken naar terreurgroepen, waar ze nog altijd mee bezig zijn’, zei De Bolle in de parlementaire onderzoekscommissie naar 22 maart. ‘Ze worstelen er ook mee dat ze de aanslagen niet hebben kunnen voorkomen. Doordat ze zich bovendien zelf beschikbaar moeten houden voor verhoren, vergroot de stress. Dat is zeer belastend. Wanneer dan uit het Comité P-rapport zaken worden gelekt waardoor zij worden voorgesteld als onbekwaam, verdwijnt de motivatie helemaal. Zeker als de federale politie zelf nog niet eens de conclusies van dat rapport heeft kunnen vernemen. Dat is nog altijd niet gebeurd. Daarom vraag ik nu om dat in te zien.’

De Bolle erkende wel dat controle op de politiewerking er moet zijn. ‘Zeker als het gaat over radicalisering en terrorisme. Maar iedereen die verantwoordelijk is voor de preventie en aanpak van die problemen, zou moeten worden gecontroleerd.’

Besparingen

Net zoals vorige bazen van veiligheidsdiensten schetste de commissaris-generaal een weinig rooskleurig beeld van de capaciteit bij haar federale politie. ‘Op papier zouden we met 13.500 moeten zijn. In de praktijk zijn het er 11.000. Een gevolg van de besparingen sinds 2007. Wanneer de besparingsmaatregelen worden doorgezet tot 2019, komen we uit op een operationeel tekort van 24 procent.’

Prioritaire eenheden, waaronder de antiterreureenheden en de diensten voor de grenscontroles, vallen daar wel buiten. Zij worden net versterkt. ‘Maar de interventiekorpsen, de kustpolitie, de wegpolitie: zij voelen nog steeds de besparingen. Dat heeft een impact op de werking rond prioriteiten uit het nationaal veiligheidsplan (waaronder verkeersveiligheid, red.).’

Zeer opvallend was dat De Bolle ook vraagtekens plaatste bij de splitsing tussen een gerechtelijke (die onderzoeken naar criminaliteit voert) en bestuurlijke politie (die instaat voor de ordehandhaving). Per provincie is er een chef voor elke poot. Maar volgens De Bolle zou het beter zijn als informatie bij één iemand terechtkomt, zodat het delen ervan vlotter loopt.