‘Er zullen nog aanslagen volgen in Europa’
Foto: BDW

‘Ik was verwonderd dat het uiteindelijk nog zo lang geduurd heeft vooraleer we aan de beurt kwamen.' Dat zegt topmagistraat Alain Winants, die tussen 2006 en 2014 de Staatsveiligheid leidde. ‘Ik vrees dat er nog aanslagen zullen volgen.’

In de parlementaire onderzoekscommissie 22/3 herhaalde de oud-topman van de Staatsveiligheid dat de inlichtingendienst één van de eersten was om te wijzen op de dreiging van Sharia4Belgium.

‘Maar de signalen werden genegeerd. De algemene reactie was: daar moeten we ons niet te druk over maken, dat zijn ongevaarlijke clowns met lange baarden en witte lange kleren’, aldus Winants. Een paar maanden geleden verklaarde hij al dat ‘de politiek’ radicalisme en terrorisme veel te laat ernstig heeft genomen. En in 2012 pleitte hij voor een verbod op Sharia4Belgium.

Geen ad hoc-maatregelen

Een en ander toont volgens Winants aan dat het noodzakelijk is dat de politiek moet blijven investeren in de inlichtingendiensten. ‘Niet met ad hoc-maatregelen, maar met een investering van constante duur, met het oog op de lange termijn.’

Terrorisme kan alleen maar bestreden worden met een sterke veiligheidsdienst, aldus Winants, en dat vergt een groter budget. ‘Pas na de terreur Verviers, Parijs en Brussel is het budget gestegen, maar voordien wou men het zelfs afbouwen. Op een bepaald moment was zelfs de kas om de informanten te betalen, niet meer voldoende. Ik heb herhaaldelijk gezegd dat ik meer mensen en meer geld nodig had, maar meestal tevergeefs. Als administrateur-generaal heb je niets te zeggen over het budget van de Staatsveiligheid.’

Hij sloot zich aan bij zijn opvolger Jaak Raes, die twee weken geledenpleitte voor een verdubbeling van het aantal mensen en het aantal middelen.

Het grote probleem is dat er in ons land geen inlichtingencultuur bestaat, zegt Winants. ‘Ik heb het niet over de werking van de Staatsveiligheid en van de militaire inlichtingendienst ADIV. Wel over het feit dat men liever klopt op een inlichtingendienst dan na te denken wat die inlichtingendienst nodig heeft. Er is maar één land met een inlichtingencultuur, en dat is Groot-Brittannië.’ Hij pleit voor een Staatsveiligheid als ‘gemengde dienst’, die wordt opgesplitst in twee delen: een dienst op eigen bodem en één voor buitenlandse inlichtingen. Denk aan het Amerikaanse model met de FBI en de CIA.

IS-terrorisme

Terrorisme zal volgens Winants nog lange tijd één van de topprioriteiten zijn van de inlichtingendiensten - ‘dat is al zo sinds 9/11’ -, volgens hem zal iedereen moeten leren leven met de idee dat er nog aanslagen mogelijk zijn. ‘Het IS-terrorisme zal uitdoven, net als bijvoorbeeld ETA in Spanje, maar er zullen nieuwe vormen van terrorisme ontstaan.’ Maar eerst dreigt het nog erger te worden, vreest de voormalige administrateur-generaal. ‘Hoe meer IS terrein verliest op het terrein, hoe meer de organisatie zal willen aantonen dat ze toch nog aanslagen kan plegen in Europa. Als het klopt dat er geen vertrekkers meer zijn, is dat niet noodzakelijk goed nieuws want naar verluidt zijn ze diegenen díe in Syrië en Irak zijn aan het aansporen om toch maar iets te ondernemen.’

Brussel is volgens hem een uitgelezen doelwit, omdat onze hoofdstad het hart van Europa vormt en voor de buitenwereld gelijk staat aan ‘Europa’. ‘Ik was verbaasd dat iedereen er hier jarenlang van uitging dat Brussel zou ontsnappen aan terreur. Ik daarentegen, vond dat het nog lang geduurd heeft vooraleer Brussel aan de beurt was.’

Overclassificatie

Winants kreeg enkele kritische vragen over de samenwerking tussen de inlichtingen- en veiligheidsdiensten over zijn bewind - de evaluaties daarover zijn niet eensluidend positief, integendeel -, maar hij benadrukte met alle diensten goed te hebben samengewerkt, zeker met de militaire inlichtingendienst ADIV en met de politie op het terrein. ‘Zeker met de politie hebben we nooit een probleem gehad in het bestrijden van terreur. In de praktijk zijn het de Brusselse speurders die gespecialiseerd zijn in terrorisme, en zij kennen de zaak zeer goed.’

Met het in 2006 opgerichte Ocad (Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse) was het wat zoeken naar een vlotte samenwerking, gaf hij na enig aandringen toe. ‘Men mag niet vergeten dat de geheimhouding van informatie cruciaal is om te kunnen werken voor een inlichtingendienst.’ Meteen het antwoord op al wie de Staatsveiligheid verwijt dat ze aan ‘overclassificatie’ doet en een ‘politiek van het geheim’ voert, aldus nog Aain Winants.