RECENSIE. Bezwerende grooves van Warhaus
Foto: Koen Bauters
In een lang uitverkochte ABclub liet Warhaus horen naar een internationaal niveau te groeien, en dat met een sound die niet te plaatsen is. Belgisch dus.

Maarten Devoldere houdt ervan extremen te voelen. Soms zong hij zijn grote vragen als een eigentijdse Leonard Cohen, en soms stond hij als bezeten in een trompet te blazen, om daar een 'wall of sound' uit te halen. Dat soort contrasten, en zijn creativiteit om met een beperkt aantal muzikanten toch een groots geluid te vinden, maakten het concert de moeite waard.

Warhaus is tot 24 november op tournee door Europa met zijn debuutalbum 'We fucked a flame into being'. Het is een intense tournee die de band in Nederland, Frankrijk, Spanje, Italië, Groot-Brittannië en Oostenrijk brengt. Dat voorman Maarten Devoldere enige renommée verwierf met zijn andere band Balthazar, opende wel wat deuren.

Zo'n serie van 32 aansluitende concerten is van goudwaarde om de vierkoppige groep te kneden. Warhaus speelt immers vanuit zompige grooves, die door de zware baslijnen en de tribale drums ten dele verwijzen naar de muziek in het zuiden van de VS. Tegelijk dragen de songs slepende melodieën en zoekende teksten, twee elementen die  Maarten Devoldere een charismatisch appeal meegeven.

In de ABclub hoorden we de meeste songs van het debuutalbum, plus enkele andere die soms even goed waren en best ook op de plaat hadden mogen staan. Zangeres Sylvie Kreusch liet zien waarom haar sensuele dans Devoldere mee inspireerde om zijn album, dat hij zes jaar geleden al bijna af had, deels te herwerken naar precies haar lichaamstaal toe.

Dat de songs beginnen af te wijken van de albumversies, is logisch en boeiend, maar niet steeds winst. 'Memory' solo te brengen met enkel een basgitaar, lijkt ons geen idee om lang te bewaren. 'Beaches' met sloganeske zang hadden we graag ingeruild voor die andere instrumental 'Wanda'. 'Against the rich' won dan weer wel aan forse zeggingstaal door de song enkel met bas en drums te begeleiden.

Hoogtepunt voor ons was 'Machinery', een meeslepende song over gespletenheid, die goed ingehouden gebracht werd en daarom gevaarlijk leek, wat een heerlijk gevoel is. Ook gevaarlijk wilde het afsluitende 'Here I stand' zijn, maar daar verliep de passie maximalistisch, met een manische voordracht van Devoldere, een bluesy baslijn op tape en geregeld chaotische noise-momenten waarin Michiel Balcaen (drums) en Jasper Maekelberg (gitaar) zich konden uitleven. Het was er een beetje over: liever de suggestie dan de overdrijving.

In Warhaus is Maarten Devoldere Narziss en Goldmund tegelijk. Hij gaat orgastisch op in klankexperimenten, sleept zijn woorden als een poète maudit tegen de groove in, zingt over het gevoel een speelbal te zijn van zijn gevoelens. Maar hij is ook een denker, die zingt dat de beste illusies diegene zijn die we niet faken, en zijn publiek vertelt dat het niet makkelijk is die blonde sirene achter hem graag te zien, maar dat het dwaasheid zou zijn dat niet te doen.

Boeiende band. Hij is er nog lang niet, maar goed op weg om een interessant hoofdstuk te schrijven.