Leger mag voluit spioneren
Foto: BELGA

De Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV), die onder Defensie valt, krijgt er een pak mogelijkheden bij. Zijn opdracht is in de eerste plaats in het buitenland informatie in te winnen. Nu kampen de legerspionnen met het probleem dat ze buiten België weinig mogen doen. Een concreet voorbeeld: wanneer militairen tijdens een missie in het buitenland een gsm van een zelfmoordterrorist vinden, dan mag de ADIV die niet zomaar doorzoeken op informatie over een terreurnetwerk. Een smartphone uitlezen is namelijk een ‘intrusie op een informaticasysteem’. En die valt onder de bijzondere methodes, die dus niet toegelaten zijn in het buitenland.

Daar komt verandering in. De Staatsveiligheid en de ADIV hebben via de bevoegde ministers Geens en Vandeput een bijzonder gevarieerd verlanglijstje ingediend dat hun werking moet moderniseren. Het parlement bespreekt dat vandaag.

Datakabels afluisteren

De ADIV zal in het buitenland gebruik mogen maken van alle bijzondere inlichtingenmethoden. Dat gaat van de observatie van woningen of het openen van postbussen, over de plaatsing van camera’s en het lokaliseren van terroristen, tot hacking van computers en smartphones. Daarbovenop wordt er werk gemaakt van het afluisteren van buitenlandse communicatie die via ­datakabels loopt. En dan gaat het over álle soorten communicatie: telefonie, e-mails, internetverkeer, enzovoort. De voorwaarde is wel dat de spionnen in die stroom aan informatie gericht op zoek gaan naar data. Meer bepaald moet die gaan over doelwitten die voorkomen in een ‘afluisterplan’ dat jaarlijks wordt opgesteld.

In de praktijk is het resultaat van al die wijzigingen dat de ADIV vervelt van een wat ondergeschoven geheime dienst naar een centrale poot in de Belgische inlichtingenwereld. De ADIV zou kunnen worden beschouwd als de evenknie van het Britse MI6, zij het met een kleiner budget en minder opdrachten. De ADIV blijft ook defensief van ingesteldheid – hij moet beschermen – maar krijgt daarvoor wel meer offensieve middelen. Daardoor kan hij beter meespelen met de grote jongens, zoals de Britten en Amerikanen.

Opvallend is dat ondanks al die uitbreidingen het toezicht op de inlichtingendiensten niet fundamenteel verandert. De ADIV moet maandelijks zijn ‘targets’ rapporteren, maar waakhond Comité I krijgt er geen middelen of mensen bij. Ook al valt te verwachten dat er een toename komt van het aantal toegepaste inlichtingenmethodes, moet er ook daar worden bespaard.

‘Dit zijn niet gewoon een paar correcties’, vindt kamerlid Stefaan Van Hecke (Groen). ‘Ik vraag me af of de controle op de methodes wel zal blijven volstaan.’

‘Er is voorzien in een controle voor, tijdens en na de inzet’, reageert het kabinet-Geens. ‘Daaraan wordt niets veranderd.’