Delmulle: ‘Veiligheidsdiensten zijn bang’
Foto: BELGA

Sinds de aanslagen in Parijs op 13 november 2015 zijn de politie en de lokale parketten in ons land zo bang om fouten te maken dat ze werkelijk álle informatie doorgeven aan het federaal parket, dat bevoegd is voor terrorismezaken. Johan Delmulle, voorzitter van het College van procureurs-generaal, heeft niets dan lof voor het federaal parket, maar noemt het ‘structurele tekort aan recherchecapaciteit’ een enorm probleem.

In de parlementaire onderzoekscommissie 22/3 komt vandaag opnieuw Johan Delmulle, voorzitter van het College van procureurs-generaal en zelf procureur-generaal in Brussel, aan bod. Hij gaat dieper in op zijn aanklacht van vorige week woensdag dat er té weinig speurders zijn die zich bezighouden met terrorisme. Delmulle lanceert een aantal pistes om de politionele structuur ‘gericht’ te hervormen, zodat er meer eenheid van commando is, én meer manschappen die zich met terreur kunnen bezighouden. Het huidige systeem is volgens hem niet meer houdbaar.

Trechter

‘Vandaag trekken alle diensten hun paraplu open en pompen de info op naar boven. Daardoor komt alles in een trechter bij het federaal parket terecht’, verklaart Johan Delmulle. ‘Ze zijn bang om fouten te maken, ze willen achteraf zeker niet degene zijn die informatie had en achtergehouden of onderschat heeft. Probleem: het federaal parket heeft geen eigen speurders en moet dus beroep doen op de FGP’s (Federale Gerechtelijke Politie) - vooral de FGP van Brussel. Volgens de meest recente cijfers houdt 46 procent van de FGP Brussel zich nu al bezig met terrozaken en dat weegt op de aanpak van de andere criminaliteitsfenomenen zoals drugs, wapens of valse papieren.’

De voorzitter van het College van procureurs-generaal pleit voor een minimale onderzoekscapaciteit voor terreur, vastgelegd in een K.B., en een bijsturing van de structuur om eenheid van commando te krijgen. Ofwel moet de Terrocel binnen de ‘DJSOC’ (De directie voor de bestrijding van de zware en georganiseerde criminaliteit, red.) van de federale politie versterkt worden zodat de centrale coördinatie van alle terrodossiers dáár komt te liggen, ofwel gebeurt de uitbouw op het niveau van de FGP Brussel en/of fungeert die FGP als ‘referentie-eenheid’ voor terreur.

Bedelstaf

‘Op het niveau van het federaal parket is geen juridische of feitelijke bijsturing nodig’, meent Delmulle. ‘Met de komst van het federaal parket hebben we een instrumentum gevonden om een fenomeen als terrorisme aan te pakken. Maar de slagkracht die men destijds gegeven heeft aan justitie, ontbreekt nu bij de politie. Toen ik zelf nog federaal procureur was, moest ik soms met de bedelstaf gaan zeuren om twee, drie, vier extra rechercheurs. Dat moet efficiënter kunnen.’

Tot slot: centraliseren betekent volgens Delmulle niét dat de verschillende FPG’s opgeheven worden. ‘Die lokale inbedding is zeker nodig.’ Ook het straffenarsenaal dat vandaag bestaat, noemt de topmagistraat ruim voldoende. Meer nog: het ‘beangstigt’ hem als hij hoort hoe sommigen nog méér materieel strafrecht willen creëren. ‘In theorie kan je té veel strafbare feiten hebben. Ik zeg niet dat dat nu het geval is, maar ik denk wel dat we er meer dan genoeg hebben.’

Infobesitas

Delmulle is niet de enige die klaagt over de vele informatie die circuleert sinds november vorig jaar. Vorige week woensdag sprak Paul Van Tigchelt, hoofd van het Ocad (het Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse, red.), ook al van ‘infobesitas’.