Een man die een oorlogsbunker uit de Eerste Wereldoorlog in het Oost-Vlaamse Evergem afbrak zonder vergunning, is veroordeeld tot een geldboete van 3.000 euro. Omdat de bunker moeilijk heropgebouwd kan worden, moet de man 18.000 euro storten op de rekening van het herstelfonds.

Dat heeft de Gentse strafrechter beslist. De feiten gebeurden in 2013. De man was eigenaar van een perceel bouwgrond en de bunker stond volgens hem in de weg. Hij verklaarde dat een stedenbouwkundig ambtenaar hem mondeling had verzekerd dat hij de bunker zonder vergunning mocht afbreken, maar volgens de rechtbank was dat niet bewezen.

‘De sloop van de bunker was niet vrijgesteld van stedenbouwkundige vergunning, voornamelijk omwille van de historische waarde ervan. (..) De waarnemingsbunker maakte deel uit van de Hollandstellung (van het Duitse leger, nvdr.) en werd afgebroken zonder stedenbouwkundige vergunning. Daardoor is belangrijk oorlogserfgoed verloren gegaan voor huidige en toekomstige generaties.’ Na de sloop van de bunker kwam er protest van omwonenden en van het gemeentebestuur, waarna sommige bunkers als monument erkend werden.

De rechtbank hield rekening met de verzwarende omstandigheden dat de beklaagde professioneel handelde in de vastgoedsector en legde hem een boete van 3.000 euro op. Het stedenbouwkundig herstel werd bevolen, maar in de praktijk moet dat niet gebeuren als de man 17.939,85 euro stort op het rekeningnummer van het herstelfonds.