‘Help, ik ben een bedrieger. Ik val door de mand.’
Foto: Martyn F. Overweel
U hebt het misschien ook? Dat u denkt dat uw vorige succes altijd het resultaat is van geluk of toeval – ‘Hoe heb ik dat geflikt?!’, nooit uw inherente verdienste is. En dat u de volgende keer zeker op uw bek gaat.

‘Angst om te mislukken. Angst om niet aan verwachtingen te voldoen. Angst om niet aardig gevonden te worden. Angst om niet geaccepteerd te worden. Angst om eerdere successen niet te kunnen evenaren.’ Zo vat de Nederlandse Vreneli Stadelmaier in haar boek F*ck die onzekerheid het Impostor Phenomenon, een zich diep in je hersenbanen invretende monstertje, samen.

Vreneli Stadelmaier noemt het zwarte beestje ook ‘de papegaai op je schouder’. Het is het stemmetje dat tegen een winnaar zegt dat hij of zij een loser is. ‘Het zegt dat je deze keer misschien geluk hebt gehad,’ zegt ze, ‘maar je de volgende keer door de mand valt. Dat je iedereen misleid hebt en dat het wel zal blijken. Dat je niet het talent hebt dat de mensen die je aanwierven of promoveerden, je toedichten.’

Wat het níét is: normale onzekerheid of gezonde zelfkritiek die je scherp houdt. ‘Het IP verwijst naar intense gevoelens van intellectuele onechtheid, vaak ervaren door zeer succesvolle individuen’, zegt psychologe Jasmine Vergauwe, die er met haar vakgenoten van de Universiteit Gent uitgebreid onderzoek naar verrichtte. ‘Ze schrijven hun succes niet toe aan hun eigen capaciteiten, maar aan externe factoren zoals geluk, misverstanden, charme, de juiste mensen kennen of harder werken dan anderen om hetzelfde resultaat te bekomen.’

'Sukkel, wie denk je wel dat je bent?'

Het gevoel dat je maar wat doet, terwijl je rationele ik wel beter weet, inspireerde Wim Helsen tot zijn show Het uur van de prutser. En Ivo Victoria schreef deze week op zijn blog: ‘Collega-schrijvers kennen het wel. Het stemmetje zegt: “Dit gaat helemaal mis, sukkel, wie denk je wel dat je bent?”’

‘Het gevoel dat je de boel belazert?’, zegt Victoria. ‘Ja, daar heb ik het al vaak over gehad met collega’s en muzikanten. Het heeft er mee te maken dat velen je vooraf zijn gegaan in wat je doet. Je pikt van alles op en dan slaat de angst toe: “Ben ik dit nog? Of ben ik aan het recycleren? Heeft het wel zin om dit nog op te schrijven?” Het is een heel gevecht om dat stemmetje niet toe te laten. Als ik ’s nachts wakker word en denk: “Dit is geneuzel”, kan ik dat ook erg goed onderbouwen. Alleen jij weet hoe je een boek hebt opgebouwd, je kunt het dus ook weer afbreken. Dan krijg je het gevoel dat het erg doorzichtig is en dat iedereen dat door zal hebben. Maar dan moet je maar bedenken dat de lezer alleen het eindresultaat te zien krijgt, niet jouw weg ernaartoe.’

Lees zaterdag de getuigenissen van Luc ­Tuymans, Liesbeth Dillen en Lize Spit in dS Weekblad en op standaard.be.

Hoe gaan zij om met 'de papegaai op hun schouder'? Hoe overleven werknemers met het Impostor Phenomenon in de bedrijfswereld? En hoe doorbreekt u de cyclus? U leest het zaterdag.