Nemmouche praat zijn mond voorbij tegen medegedetineerde
Foto: belga

Tegen een medegedetineerde vertelde Mehdi Nemmouche dat hij vanuit Syrië terugkwam om een aanslag te plegen.

De Franse terrorist Mehdi Nemmouche, die verdacht wordt van de aanslag op het Joods Museum in Brussel (24 mei 2014), maakte er zich in juli 2014 in zijn cel in een Franse gevangenis vrolijk over dat er na de aanslag in Brussel ‘vier joden minder op aarde waren die in een doodskist naar Israël terug waren’. Dat schrijft de Franse nieuwssite Mediapart.

Nemmouche werd zes dagen na de aanslag opgepakt in Marseille. Hij werd opgesloten in de gevangenis van Bois d’Arcy tot zijn uitlevering op 29 juli aan België. Tegen de Belgische speurders heeft Nemmouche tot op vandaag niets gezegd. Hij ontkent iedere betrokkenheid bij de aanslag. Maar in zijn Franse cel vertelde Nemmouche volgens Mediapart in een afgeluisterd gesprek met een medegedetineerde – een teruggekeerde Syriëstrijder – dat hij Syrië had verlaten om een aanslag te plegen.

Daarna schepte hij volgens het rapport dat Mediapart inkeek tegen zijn medegedetineerde op over de dood van de vier slachtoffers in het Joods Museum. Hij vergeleek zichzelf met Yousouf Fofana, een Franse crimineel die samen met zijn bende in 2006 in Parijs een joodse jongen ontvoerde, martelde en doodde. ‘Maar hij heeft maar één jood omgebracht’, zei Nemmouche daarover lachend in zijn cel.

Het onderzoek naar de aanslagen in het Joods Museum loopt naar zijn einde. Volgend jaar komt er in Brussel een proces waarin Nemmouche en twee vermoedelijke medeplichtigen zullen terechtstaan. Nemmouche zou ook in contact hebben gestaan met Abdelhamid Abaaoud, de coördinator van de aanslagen van Parijs.