Het tragische levenseinde van instellingenkind Jordy
Foto: rr
Een wandelaar vond zaterdag het levenloze lichaam van een 19-jarige jongen in een tentje op de Gentse Blaarmeersen. Jordy Brouillard stierf wellicht van ontbering, en helemaal alleen: het tragische levenseinde van een instellingenkind dat met zichzelf en het leven in de knoop zat.

‘Nee, ik denk niet dat Jordy ooit echt gelukkig is geweest’, zegt Benjamin Brouillard (39), vuilnisman uit Erembodegem en vader van de 19-jarige jongen die vorige week is gestorven in een tentje in de Gentse Blaarmeersen.

Jordy Brouillard was nog een peuter toen zijn ouders uit elkaar gingen. ‘Zijn moeder keek amper naar hem om en zelf kreeg ik de eindjes niet aan elkaar geknoopt’, vertelt zijn vader. ‘Het was heel moeilijk, ja, en toen werd Jordy geplaatst.’

Eerst bij een pleeggezin. Daarna kwam hij terecht in Ter Muren, een begeleidingstehuis in Aalst, waar kinderen voor kortere of langere tijd terecht kunnen. Het verblijf van Jordy Brouillard zou tot zijn achttiende duren. ‘Het bleef een instelling’, zegt een vriendin. ‘Maar eigenlijk was hij daar best wel graag.’

Iedere ochtend fietste de jongen naar het Sint-Gabriëlinstituut in Liedekerke waar hij een beroepsopleiding volgde. Leren leek hem zinloos, hij wilde later doppen. Hij gebruikte drugs: soms wiet, maar vaker snoof hij aanstekergas. Op zijn achttiende gaf de jongen de school op. In Ter Muren was even sprake van begeleid wonen, maar uiteindelijk trok Jordy ook die deur achter zich dicht.

Dat kan: als een jongere meerderjarig wordt, stopt in principe de hulpverlening. Na achttien jaar is er wel nog hulp en nazorg mogelijk, maar de jongere moet die wel aanvaarden. Volgens onze informatie deed Jordy Brouillard dat niet, omdat hij op zijn eigen benen wilde staan.

Hulpverlening

Peter Jan Bogaert, woordvoerder van het Vlaams agentschap Jongerenwelzijn, wil zich niet uitspreken over dit dossier. ‘Maar het is een bekend probleem’, zegt hij. ‘Jongvolwassenen die uit de jeugdhulpverlening stromen zijn vaak niet genoeg gewapend om de overgang naar de samenleving aan te kunnen.’

Onderzoek toonde aan de voorbije jaren een derde tot bijna de helft van de thuislozen in Vlaanderen ooit in een voorziening uit de jeugdhulp heeft verbleven. ‘Meerderjarigen die daar nood aan hebben, zouden in de toekomst makkelijker toegang moeten krijgen tot specifieke hulp. Een debat hierover dringt zich op’, zegt Bogaert.

Jordy Brouillard lijkt ook door de mazen van het hulpverleningsnet te zijn geglipt. Hij was geen misdadiger, zodat de jeugdrechter geen maatregelen oplegde. Hij was ook niet gehandicapt (enkel licht autistisch en zwakbegaafd) waardoor hij niet in de gespecialiseerde zorg terecht kwam.